1999 – (05) Tibet

Vorige Volgende

Tibet is volgens veel landen een gedeelte van China, maar wij én geen Tibetaan die dat gelooft. De meeste landen zijn te bang om tegen China in te gaan. Dat kost handelsbetrekkingen en dus veel geld.

Lhasa is de hoofdstad van de autonome provincie van Tibet. Het autonome staat leuk, maar in principe is het een soort politiestaat binnen China dat in 1951 ‘bevrijd’ is van zijn zelfstandigheid.

De eerste dagen moeten we zeer wennen aan de 4000 meter waar Lhasa zich op bevind. Alle spullen moeten we een keer open maken om te ontluchten, want door het luchtdrukverschil (640mBar i.p.v. 1014 in Nederland) staat alles bol (zelf de ‘Vacuüm’ verpakte dingen) en is het balletje van de deodorant uit de fles geschoten. Wij lopen de straat heen en weer, en ploffen weer in bed van vermoeidheid. We hebben een licht gevoel in ons hoofd, en alle bewegingen zijn te zwaar. Alsof Els het niet moeilijk genoeg had met de hoogte, ligt ze ook nog een paar dagen in bed door een acute voedselvergiftiging. Het lokale eten is erg saai, maar er groeit ook niets op deze extreme hoogte. In een restaurant met Nederlandse eigenaren was de patat met mayonaise de boosdoener. De gevaren op reis zitten op de plekken waar je het ’t minst verwacht.

We gaan eerst naar het Potala, het paleis van de Dalai Lama’s. Sinds 1959 is de slaapkamer hier leeg en is het omgebouwd tot een museum. Vrij donker allemaal met heel veel mooie beelden en kamers. Het is heel erg mooi, maar voelt tegelijkertijd heel erg leeg aan. Het Jokhang, 3 km daar vandaan, is daarentegen precies het tegenovergestelde. Dit is het klooster in het centrum van Lhasa dat gelijk het centrum is voor het Tibetaans Boeddhisme. Veel monniken die mantra’s aan het zingen zijn met allemaal Tibetaanse pelgrims, sommige zijn weken onder weg geweest om hier te komen. Lekker op het gemak tussen alle Tibetanen zitten die echt heel anders zijn dan de chinezen. De chinezen zijn veel oppervlakkiger en afstandelijker. De Tibetanen veel vrolijker, ondanks de politieke situatie, en spontaner. Tussen alle pelgrims zitten we van de gebeden te genieten in het Jonkhang. De gebeden worden begeleid door bellen en trompetten om de gebeden meer kracht toe te brengen. We krijgen wat tsampa van een monnik. De tsampa ruikt en proeft voor ons als een soort koeienbrood, maar voor de Tibetanen is dit het hoofdvoedsel op deze hoogvlakte. We waren blij dat de Tibetanen er wel dol op waren, zodat we het konden uitdelen en het zelf niet op hoefden te eten. In het Jokhang zijn nog tientallen tempeltjes waar de pelgrims in de rij voor staan om even bij hun goden langs te gaan. Op sommige plekken willen ze te lang blijven om hun gebeden bij de goden te doen, zodat er een wegtrekmonnik achter is gezet. Iedereen die te lang staat te bidden wordt naar achteren getrokken zodat de vaart in de rij blijft.Om het Jokhang is, zoals om ieder klooster of belangrijke plek, een kora. Dit is een heilig rondje die de pelgrims, en wij natuurlijk, lopen. Deze kora’s staan meestal vol met gebedsmolens die Arjan als een soort verslaving moet ronddraaien. Arjan heeft zich voorgenomen een volgend keer alle gebedsmolens in Tibet een keer om te draaien. Dit zal waarschijnlijk een levenstaak zijn want er staan honderdduizenden van die dingen.

Lhasa staat vol tempels en kloosters, en van de sfeer en de beelden kunnen we geen genoeg krijgen. Het jonkhang is de absolute topper, maar het zomerpaleis van de Dalai Lama was ook erg mooi. Dit is de plek waar hij liever was dan het Potala omdat hier een mooie tuin was, en veel meer licht.

Bij het nonnenklooster waar wij geweest waren kan je goed het verschil zien met hun mannelijke collegae. Fanatiek zijn ze bezig met hun mantra’s waar de monniken meestal uit hun slaap gehaald worden en ze maken even een praatje met ons. Het klooster ziet er beter onderhouden uit, en in een klein tempeltje achter in het klooster hebben ze een fotootje van de Dalai Lama op het altaar geplakt. Dit is lef hebben, vooral als je weet dat vorig jaar nog 60 van de 130 monniken in het Samye klooster spoorloos zijn verdwenen omdat ze geen afstand wilden doen van hun Dalai Lama foto. Het lef van de nonnen blijkt ook uit dat ze 58 van de 136 demonstraties van de afgelopen jaren hebben georganiseerd, alhoewel ze maar een klein percentage van de geestelijken uitmaken.Omdat het openbaar vervoer schaars aanwezig is moet je voor de wat bijzondere tochtjes een landcruiser regelen om er te komen. En door de hoge kosten van die dingen moet je mensen zien te vinden die dezelfde trip willen maken. In verschillende hotels hangen borden met briefjes van mensen die anderen zoeken voor hun tocht, en in de restaurants worden veel contacten gelegd en hangt er een sfeer van “Ik weet nog wel iemand die daar naartoe wil, weet jij misschien…”.

Met z’n vijven proberen we naar Namtso (tso = meer) te gaan, maar net voor het meer kunnen we niet over de pas van 5200 meter. In het begin was het erg warm in Lhasa, maar de laatste dagen is het weer omgeslagen, en de pas zit helemaal vol met sneeuw. We kunnen een tijdje op de pas lopen, maar na zo’n 45 minuten zijn we hartstikke moe door de hoogte en zijn we alle oriëntatiepunten kwijt. Boven, onder, links en rechts zien we alleen maar wit van de sneeuw.Doordat het weer zo is omgeslagen kunnen velen ook niet over land naar Nepal omdat de pas voor de grens niet begaanbaar is. Sommige mensen zien we na een paar dagen weer terug in Lhasa, die snel nog een vliegkaartje moeten regelen om het land uit te komen. Wij wagen het er toch op, en regelen een groepje om naar de grens te gaan. De tocht duurt 7 dagen, en we gaan in die tijd nog langs allerlei kloosters. Sommige kan je bereiken na een boottocht, truck, tracktor en een lange klim naar boven. Allemaal prachtige dingen zie je, en we krijgen er geen genoeg van.

Door de vele restricties die er zijn in Tibet moet je toestemming hebben om in andere steden te komen dan Lhasa. Er zijn veel controleposten onderweg die in de gaten houden dat iedereen zich aan die regels houd. Maar als we met ons groepje in een hotel slapen, wordt er ’s avonds laat ook opeens op de deur gebonkt. “PSB, Passport” word er geroepen, en slaapdronken maken we langzaam de deur open. Het overhandigen van de paspoorten gaat ook niet snel genoeg, dus word er nog wat geschreeuwd. Alles is in orde, dus kunnen we doorslapen.

De enige weg tussen Lhasa en Kathmandu (Nepal) heet de ‘Friendship Highway’, maar bij Highway moet je niet de associatie hebben van een autosnelweg. Highway slaat meer op het feit dat de weg zo hoog ligt, want we moeten over passen van rond de 5200 meter. De weg zelf is grotendeels een zand en blubber pad met rond de enkele steden een stukje asfalt. Vooral de weg op de pas is in een hele slechte staat. Gelukkig is het weer iets beter geworden, en moest een paar dagen voor ons een Chinese delegatie over de pas heen, dus was er een spoor door de hoge sneeuw gemaakt waar wij doorheen konden. Echt snel ging dat ook niet omdat dit slechts voor een richting was, en er grote opstoppingen waren op de plaatsen waar wagens elkaar moesten inhalen. Maar we hebben de pas gehaald, en hoeven niet terug. De volgende dag naar de grens waar je gelijk heel goed het verschil tussen de twee landen Tibet (China) en Nepal kan zien. China ziet er heel erg militaristisch uit en is heel erg gestructureerd en georganiseerd, en in Nepal kan je in een houten gebouwtje achter een houten tafel je visum kopen.

\

 

Vorige Volgende