2000 – (12) Cambodja

Vorige Volgende

De weg vanaf Bangkok naar de grens is perfect geasfalteerd. Na drie uur rondjes rijden in Bangkok om nog wat mensen op te halen, zijn we snel bij de grens. Als we 1 meter over de grens zijn, zitten we in een totaal andere wereld. Alleen aan de Cambodjaanse zijde zweven tientallen grote insecten, het lijkt wel of ze de grens niet over mogen. We worden met 12 man in de bak van een pick-uptruck gestopt, waarvan we al dachten dat die overvol was door al onze bagage. De grote blubberzooi die we zien is DE weg. Iedereen probeert in het begin netjes te zitten en niemand aan te raken, maar na een paar uur ligt iedereen over elkaar heen, en vraagt iedereen zich af wie zijn voet dat is in mijn …… We moeten van pick-up wisselen omdat het volgende stuk nog blubberiger is en we hebben wat meer PK’s nodig. De truck is gelijk weer een stuk kleiner, zodat het nog knusser wordt achterin. Na vier uur rijden moeten we dan allemaal uitstappen en onze spullen pakken. We kunnen niet meer verder want er zijn een paar vrachtwagens omgevallen, en er wordt ons verteld dat waarschijnlijk aan de andere kant van die vrachtwagens en blubberzooi een pick-up op ons staat te wachten. Drie uur later zijn we allemaal opgelucht als we in Siem Reap aankomen. Allemaal onder een rood soort modder dat we de komende dagen bij iedereen terugzien in de kleding.

Na zo’n dag vinden we ieder hotel perfect en kunnen we tot ’s avonds laat genieten van chinezen die in het hotel naast ons zich storten in het karaoke. Dit is het allemaal waard om naar Siem Reap te gaan want op zo’n 6 km hier vandaan staan de mooiste tempels van de wereld, de oude tempels van Angkor. Tussen de 9e en 14e eeuw was Angkor de hoofdstad van een groot Khmer (bevolking van Cambodja) rijk dat het huidige Vietnam, Thailand, Laos, Cambodja, Myanmar en Yunnan (nu China) overlapte.

In een heel groot gebied staan de tempels van de stad met allemaal bos ertussen. Bouwen met steen behoorde alleen de goden toe, en alle huizen van hout zijn nu weg. We springen achterop een moto (brommer met chauffeur) en we gaan de eerste dag bij de bekendste tempels langs. Angkor wat is de bekendste en grootste tempel maar wij raken beiden verliefd op het Bayon een paar kilometer verder. Meer dan 200 glimlachende gezichten van de Boeddha van compassie kijken alle kanten uit. We zitten rustig op de bovenste verdieping van de tempel en raken niet uitgekeken. De volgende dag moeten we vier keer zeggen dat we een fiets willen, maar ze geloven ons niet. Uiteindelijk gaan we toch op pad met de fiets op weg naar een paar tempels 15 km verder. Iedereen kijkt ons vreemd aan, maar wij genieten over heel erg van het Cambodjaanse leven om ons heen. Deze tempels waren wat minder boeiend na al het moois van gisteren, maar overal zien we rijstvelden en huizen op palen, en iedereen roept hallo naar ons en zwaait. Een oude vrouw houdt in het Khmer een verhaal tegen Els en moet even in haar borsten knijpen of ze echt zijn, en lacht ons vriendelijk toe met haar half verrotte rode betelnoottandjes en in de stromende regen over een dijkje interpreteren we een zwaai al snel als een uitnodiging om bij de mensen binnen te komen schuilen.

De volgende dag staan ze bij het hotel nog ongeloofwaardiger te kijken dat we nog een dag op de fiets gaan, en we bekijken nog wat andere tempels en onze favoriet; de Bayon.

Na de Vietnam oorlog was Thailand erg bang voor een sterk Vietnam als buur. De tactiek was heel simpel, je creëert een grote puinhoop in de regio zodat er geen nieuwe hoofdrolspelers kunnen ontstaan bij je in de buurt. China verzorgde de wapens, Thailand leverde ze en zorgde voor internationale voedselhulp voor de khmer Rouge. De Khmer Rouge vermoordden de volgende 5 jaar 3 miljoen mensen, dat is 25 % van de bevolking. Onder leiding van Pol Pot werd het jaar nul afgekondigd. Cambodja moest een maoïstische staat worden. Twee weken na de machtsovername moest de volledige bevolking van de hoofdstad (Phnom Penh) en provinciesteden (inclusief iedereen in ziekenhuizen) naar het platteland om daar 15 uur per dag slavenarbeid te doen. Ongehoorzaamheid werd direct met executie gestraft, geld werd afgeschaft en alle contacten met het buitenland werden verbroken. In Phnom Penh zijn we er stil van als we een kijkje gaan nemen bij een van de ‘killing fields’ waar vele massagraven liggen van mensen waarvan de meeste waren doodgeslagen om kogels te besparen. Na nog een bezoek aan de martelfabriek ‘S21’ zie je de o zo aardige mensen buiten in een heel ander perspectief. Het doden gaat nog steeds door, want het land ligt nog steeds bezaaid met landmijnen die voor een van de belangrijkste doodsoorzaken zorgen. Een op iedere 250 mensen mist hier een arm of een been en een hoop toeristen lopen hier rond met een stoer “Pas op voor mijnen” T-shirt.

De Khmer rouge is nog steeds een belangrijke factor in dit land. We proberen met een boot en jeeps naar een plaats in Oost Cambodja te gaan, maar na 2 dagen slechte wegen, verdwenen bruggen en wachten op een jeep die misschien vanmiddag, misschien vanavond, anders misschien wel morgen zou vertrekken komen we per ongeluk in een gebied dat niet als al te veilig te boek staat. We wilden eigenlijk niet door dit gebied, maar hoorden het verschil niet tussen de plaatsen Chhlong en Suong. In een gebied vol met rubberbomen zit een vrouw achterop de pick-up uit haar handtasje steeds 500real biljetten te halen om te betalen bij de vele dubieuze checkpoints als veiligheidsgeld voor het volgende stuk weg. We vonden Cambodja een erg mooi land, maar er hangt toch een erg benauwde sfeer.

Vorige Volgende