2000 – (14) Naar huis

Vorige Volgende

We zijn er klaar voor, Donderdag 31 augustus 2000 om 06:00 gaat de terugweg beginnen.

Arjan heeft zijn hoofd weer erg kaal, want op het treinstation in Bangkok waren de eerstejaars kappersleerlingen gratis het spoorwegpersoneel aan het knippen, en je bent een Hollander of je bent het niet. Els is naar de schoonheidsspecialist in Delhi geweest, en loopt nu met gladde benen en rood haar rond. Oftewel we zijn helemaal klaar voor de pro-terroristische landen zoals een Israëlische vriend dat zo subtiel opmerkte.

De motor zat weer helemaal in elkaar, maar de afhandeling ging weer op z’n Indiaas. Op het laatste moment moesten er nog dingen gedaan worden en we hebben uren zitten wachten voordat de baas eens kwam opdagen, “No, 5 minutes wait……”

Uit wraak hebben we bij een andere zaak de reserveonderdelen voor de terugweg gekocht, die het natuurlijk vergeten was om het pakketje klaar te maken, zodat we daar weer uren hebben zitten wachten. Maar hij had gelukkig thee en foto’s om ons te vermaken. De motor rijdt in ieder geval weer goed. Dat hebben we kunnen uittesten op onze ritjes naar de ambassades. Iran gaf nog het minste probleem. Formulier invullen en voor Els een stel mooie pasfoto’s met hoofddoekje, een paar dagen wachten, een stapel roepies en we hebben een visum voor 7 dagen voor de Islamitische republiek Iran.

Syrië was wat moeilijker, al was het alleen al om de locatie. Aan de andere kant van Delhi hebben ze hun ambassade neergezet, dus dat was flink zoeken. Toen we er eenmaal waren kregen we de aanvraagformulieren en het ‘verzoek’ om het getypt in te leveren. Dus wij op zoek naar een ouderwets typemachine. Dit koste ons gelijk 3 dagen want de ambassade was een half uur later dicht, en dat bleven ze voor een lang moslim- christelijk weekend van vrijdag tot en met zondag. Dus maandag konden we dan eindelijk de formulieren inleveren, nog een paar dagen wachten, en een nog grotere stapel roepies, en we hebben nu een bladzijde vol met postzegels in ons paspoort als entreebewijs voor de Arabische republiek Syrië.

Pakistan hadden we gelukkig 2 maanden geleden al geregeld, dus nu zijn we helemaal klaar.

Om dit allemaal te vieren zijn we naar een hele hippe tent in Delhi gegaan en een Mc Maharadja gegeten. We zijn al zo lang weg dat we zo zeer hebben genoten van het voedsel bij de Mc Donald’s dat we als toetje nog een kipburger hebben genomen.

Na een lange dag rijden over de grand trunk road kwamen we aan in Amritsar. Amritsar is een plaats waar we al heel lang naartoe wilden gaan, want het heeft de belangrijkste Sikh tempel ; De Gouden tempel. We slapen niet in de tempel, want na een lange dag reizen willen we liever een eigen kamer met bad in plaats van een slaapzaal. We slapen nu op 1 minuut van de tempel lopen en gaan we bij elk verschillend licht een rondje maken om de hele grote bak water waar de tempel instaat. Een hele fijne sfeer hangt hier. Iedereen laat ons met rust en je mag overal komen zonder dat een irritante priester je ergens mee naartoe wil nemen of je geld probeert af te troggelen, zoals in de hindoe tempels. De priesters hebben het ook veel te druk met het lezen uit het heilige boek. 24 uur per dag wordt op verschillende plekken in de tempel rustig uit het heilige boek gelezen, en die heilige gedachten dalen neer op het hele complex. Zelfs bij het bereiden van het eten mag niet gesproken worden, maar alleen hymnen mogen gemompeld worden, zodat het eten heel erg puur is.

De volgende dag vroeg op weg naar de Pakistaanse grens. Als we alleen bij de grens aankomen zijn de hekken dicht, en we moeten nog een uurtje wachten voordat er een beetje beweging in komt. Nog even met een stalen pokerface onze laatste Indiase roepies omwisselen voor de Pakistaanse versie, waarvan we helemaal niet weten hoeveel we ervoor zouden moeten krijgen. Ze geven een wisselbedrag, hoofd schudden en meer inzetten, en uiteindelijk ergens ertussenin uitkomen. Later bleek het nog best wel goed gegokt te zijn.

De grens tussen India en Pakistan is niet zo relaxed als de andere Indiase grenzen. Het is wel veel minder erg dan dat we uit de verhalen gehoord hadden. Drie maal registreren als je naar en van de echte douane post gaat, en daar is het eigenlijk alleen maar weer even een stempel zetten, en we zijn India uit. Alleen dan de motor nog.

Ze willen kopieën van papieren hebben, en gelukkig hebben we alles wat ze willen hebben, elke keer weer zitten, wachten en weer de zelfde vragen. Weer de papieren te voorschijn halen en weer wachten. En dan geven ze de motor vrij, en zonder een bewijsje daarvan kunnen we eindelijk echt Pakistan in.

 

Vorige Volgende