2000 – (15) Pakistan

Vorige Volgende

Na de grenslijn met Pakistan waarschuwt de Pakistaanse bewaker ons met een grote grijns nog even “Pakistan is dangerous !”. Wat wij alleen merken is dat Pakistan veel gastvrijer is. Mensen zijn erg vriendelijk en behulpzaam, en lopen niet zo stom te staren. En Els wordt als een dame behandeld. Ze mag niet sjouwen, dat moet Arjan maar doen, terwijl Els thee drinkt met de mannen.

We slapen in een dorpje onderweg en de volgende dag weer vroeg op pad want ook aan deze kant van de grens is het WARM… De wegen zijn wel veel rustiger dan in India. Nu en dan een rennende hond, en dan weer een dode hond tegen het asfalt aan, maar verder is het prima. En op de wegen kijkt iedereen heel rustig of hij met zijn auto kan keren, alleen de voetgangers zijn hier net zo levensmoe als in India. Op de wegen rijden ook de mooiste kunstvoorwerpen die we ooit hebben gezien; de Pakistaanse vrachtwagens. Van voor tot achter prachtig versierd en ze doen de Indiase en Nepalese variant verbleken.

Na een uurtje rijden doet de motor erg vreemd en we mogen onze eerste lekke band gaan oplossen. Een klein lullig spijkertje zorgt ervoor dat we 4 uur in de verzengende hitte staan te ploeteren. Alhoewel Els drinkt thee onder een boom, en Arjan ploetert met de Pakistaanse mannen om de band weer te repareren. We mogen helemaal niets betalen want wij zijn hun gast en we mogen ze niet met geld beledigen. Weer een stukje terugrijden om bij een familie onze bagage op te halen die we even bij hen in de woonkamer mochten zetten. Niet op de grond, maar midden op tafel moeten de spullen van de gasten geplaatst worden. We zijn heel erg blij en geven een houten klompje en een kaart van Dordrecht als dank, wij krijgen weer thee, koekjes en ze komen opeens met nog twee cadeautjes voor Els aanzetten, een set glimmende armbanden en een schitterende haarspeld. We voelen ons wel wat bezwaard, maar genieten van de gastvrijheid van de mensen in dit mooie land.

  Voorzichtig rijdend komen we aan in Rawalpindi waar we weer de Zwitserse Peter en Brigitte tegenkomen, waar we 9 maanden geleden al samen bij op de Andaman eilanden waren en een paar maanden terug in Delhi weer tegengekomen zijn. Gezellig bijkletsen en uitrusten van twee indrukwekkende dagen Pakistan.

Het oorspronkelijke plan was zo snel mogelijk dwars door Pakistan rijden, maar het is iets anders geworden.

De Karakoram highway is voor ons 1 van die wegen met een magische bijsmaak, maar echt een idee over wat het nu precies was hadden we niet. We hadden zo’n twee weken voor Pakistan gepland en dachten geen tijd hiervoor te hebben. Totdat we een Engelsman tegenkwamen met een Enfield die alle tijd van de wereld had en de Karakoram highway even ging doen, hij had een volle week. Dit opgeteld met de enorme warmte deed ons besluiten het erop te wagen en maar te zien hoe ver we kwamen.

Spijt hebben we er absoluut niet van, het is echt 1 van de mooiste gebieden waar we ooit geweest zijn. De Karakoram highway loopt dwars door het Karakoram gebergte, waar veel hoge bergen liggen, onder andere de K2. Het is een jong gebergte, dus erge steile wanden en scherpe punten. De weg loopt voor een deel langs de rivier de Indus. Je hebt hier een samenkomst van drie grote bergketens, de Karakoram, de Hindoekuch en de Himalaya. De uitzichten zijn gigantisch, de ene besneeuwde top na de andere. We reden ergens en zagen een bordje met het opschrift “look behind”. Toen we dat deden vielen we bijna van de motor, achter ons stond een enorme besneeuwde berg die de Nanga Prabat bleek te zijn, de tweede berg van Pakistan.

De Karakoram highway is de landverbinding tussen Pakistan en China, en is in de jaren 70 gebouwd met verlies van vele levens. Delen zijn uitgehakt in de rotswand, er zijn zeer regelmatig aardverschuivingen en sneeuw en gletsjers zorgen voor grote onderhoudsproblemen. Dat de weg ondanks dit alles vrij redelijk is, op de meeste plekken zelfs goed, mag een wonder heten.  Vanaf Islamabad rijden we steeds hoger en hoger, eerst komen we door de bergen met veel bebossing, en we hebben onze eerste koele nacht in maanden. Deze opleving is maar voor even, want alhoewel we nog hoger komen, komen we ook in een heel andere omgeving. Nadat we door een hele smalle steile spleet rijden met links ver onder ons de Indus, en rechts van ons honderden meters steil omhoog rotsen komen we in een woestijnachtig gebied. Vreselijk warm en heel erg droog. We rijden zo de Hunza vallei binnen, vanaf waar het gelukkig weer lekker koel is. Veel mensen blijven weken hier hangen om hele mooie treks te maken, maar wij komen niet verder dan 30 minuten lopen, en gaan op het balkon van het prachtige uitzicht genieten. We moeten wel heel erg aan de Hunza bevolking wennen. Ze zien er anders uit dan in de rest van Pakistan, ze hebben een heel Europees, beetje Grieks uiterlijk, je ziet blauwe en groene ogen, een lichte huid en rossig haar. Het is heel vreemd om ze aan te spreken, want je weet dat het Pakistani zijn, maar het gevoel van “hé een blanke, dus het is een toerist” zit heel diep in ons.

Als we zo ver zijn gekomen, moeten we natuurlijk ook zover als we mogen. Wij konden rijden tot de grens met China, de Khunjarab-pas, die op 4733 meter ligt en meteen het hoogste punt van deze weg is. Als we naar de Indiase landkaarten kijken zijn we dan op het noordelijkste puntje van India aangekomen, maar als we hier rondkijken zien we geen Indiër, maar alleen Pakistani. Na de onafhankelijkheid van India en Pakistan was dit gebied van India, maar 50 jaar later en heel veel geruzie is dit Pakistan, tot groot ongenoegen van de Indiërs.

We hebben de pas gehaald, maar vraag niet hoe. Sinds we uit India weg zijn en dus geen toegang meer hebben tot Enfield monteurs en onderdelen hebben we steeds pech.

Als we op een dag weg willen rijden, blijkt het stuurslot afgebroken te zijn en blokkeert het stuur zodat we alleen nog maar rondjes kunnen rijden. Het zou wel heel lullig zijn om onze reis af te moeten breken wegens een defect stuurslot en gelukkig na een uur peuteren is het palletje eruit en kunnen we verder.

De pas zorgde voor een ander probleem. Veel benzinepompen zijn er niet en we moesten in het dorp voor de pas tanken. De pomp lag een stuk uit het dorp en toen we eraan kwamen was het “petrol no, finish”.

Stonden we dan, niet genoeg benzine om de pas te halen, misschien genoeg benzine om de vorige pomp te halen. De volgende morgen hoorden we het nieuws dat er die nacht een tankwagen was geweest maar niemand kon ons vertellen wat erin zat, benzine of diesel. Dus maar weer de 10 kilometer naar de pomp gereden en hoera het was benzine! We moeten de benzine wel zelf met een zwier oppompen, maar we hadden alles over voor een paar liter van dat vocht. Op 80 kilometer voor de grens rijden we voorbij de douanepost van Pakistan. We vertellen dat we vanmiddag braaf weer terugkomen, en we mogen weer verder. Ze staan wel een beetje vreemd naar de Enfield te kijken, en een had nog de opmerking “you brought the motorcycle of the enemy”.

Dus we konden naar de pas! Na zo’n tien kilometer hield de motor er toen mee op en pas na een half uur had Arjan de afstellingen zo dat hij het weer deed en door hem wat meer lucht te geven voor de hoogte ging de rest heel soepel, we reden alle fietsers eruit op de hellingen!

We zien hier veel tweewielers, motoren en fietsers, echt een perfect traject hiervoor.

Toen wij in Z.O. Azie zaten hebben we Ennie de Enfield verwend met een groot onderhoud bij Lalli Singh in Delhi. Ennie is helemaal uit elkaar gehaald en voorzien van nieuwe lagers die we door Els haar ouders mee hebben laten nemen. De mechanichiens maakten een bekwame indruk maar het aanspreekpunt Lalli was nooit te vinden. Te druk was hij bezig met andere zaken. Dit zorgde ervoor dat wij verder in de wijk zijn gaan rondkijken. Het zit er helemaal vol van motorzaken, en Madaan maakte een vriendelijke en goede indruk op ons. Bij madaan kopen we een “Overland” pakket met alle onderdelen die eventueel kappot kunnen gaan onderweg. De beste oversized zuigers, nieuwe ketting, noem het maar op het het zat voor weinig in het pakket. Vol vertrouwen dat de motor in orde is en dat we goede reservespullen bij ons hebben gaan we op pad. Arjan begon argwaan te krijgen toen hij de band verwisselde en opmerkte dat de ketting op het laatste tandje zat afgesteld en dat is ietwat vreemd voor een gloednieuwe ketting. Een motorrijder onderweg bevestigde dat dit toch echt geen mooie nieuwe o-ring ketting was maar gewoon onze oude versleten ketting en dat hij toch dringend aan vervanging toe was. Fijn, die Indiërs…. Maanden later na veel gemail naar lalli wordt de o-ring ketting gevonden in de werkplaats. Die waren ze dus vergeten en we krijgen het geld van de kettig overgemaakt. Nu moeten we een monteur zoeken want voor een nieuwe ketting moet het hele motorblok uit elkaar omdat er dan ook nieuwe tandwielen op moeten.

Bij vetrek uit Gilgit zien we een andere Enfield rijden en misschien wel de monteur die we zoeken, dus wij erachter aan. Op de motor zat Ronald, een Hollander, die al 45.000 km op zijn Enfield door Azië en Afrika had gereden. We maken even een praatje, en hij heeft gelukkig alle tijd om ons te helpen met even nieuwe tandwielen en onze nieuwe reserve ketting omleggen. Heel rustig halen we de motor uit elkaar, en we denken nog dat het lekker vlot gaat. Mis!! Een moer zit moervast, en de grootste sleutels van Gilgit komen er aan te pas, en de sterkste monteurs. Na een volle dag proberen overwint De Moer. Er zit niets anders op dan alles maar weer in elkaar te zetten en na drie dagen sleutelen is de motor weer in de zelfde staat waar we mee begonnen. Alle plannen moeten we omgooien, en we gaan maar weer naar Islamabad, de plek om moeren los te draaien. Na wat gezoek komen we terecht bij Pak Motors, en volgens de eigenaar de beste motorzaak van Pakistan, en wie zijn wij om monteurs niet te geloven. Met perfect gereedschap heeft hij in 7,65 seconden de moer losgedraaid, en kan het nieuwe tandwiel er eindelijk op. Bij het in elkaar zetten zegt Arjan tot 4x toe dat dat ringetje echt in de motor thuishoort. Maar zo eigenwijs als monteurs in Azië zijn, gelooft de monteur dit pas als de motor helemaal in elkaar zit. We starten de motor en schrikken ons kapot van het geluid. Een half uur later zit het ringetje er weer in, en we kunnen met nieuwe tandwielen en ketting op weg naar Iran. Onze nieuwe extra sterke ketting uit India is na 2000 kilometer helemaal op. De pinnen komen er aan de zijkant uitschuiven, en de meeste busjes zijn al afgebroken of zijn gescheurd. De spullen van Madaan waren toch niet van de beste kwaliteit. We laten een schakel uit onze oude ketting slaan en hopen dat de ketting het gaat houden, want we moeten nog een heel eind.

Vanaf Islamabad gaan we met een nieuwe ketting op weg naar Peshawar in de Noord West Frontier Provincie. Deze Pakistaanse provincie fungeerde voor eeuwen als een bufferzone tussen het Britse rijk (nu Pakistan) en Afghanistan. Hier is het niet de Pakistaanse wet die geldt, maar de wet van de tribes. Vanaf nu zal het reizen niet meer zo snel gaan, want er zijn tientallen controleposten onderweg. Er liggen grote stapels in beslag genomen spullen naast de controleposten, en over de weg is een metalen draad gespannen, en wij moeten dus ook afstappen.

  Arjan gaat al op zoek naar z’n paspoort, maar Els ziet al wat ze willen. “you are my guest, you drink tea”, en wat anders kan je dan zeggen dan “O.K.”. Na een paar thee en koekjes willen we toch weer weggaan, en gelukkig horen we “you may go now” en een paar kilometer verder staat de volgende al weer te gebaren dat we moeten stoppen.

De wegen zijn in het algemeen heel erg goed in Pakistan, maar soms is er wel eens een brug die nog niet helemaal af is dus moeten we via de rivierbedding naar de overkant. De nacht voordat we 7 van die rivierbeddingen moeten oversteken regent het natuurlijk heel de nacht, zodat het een grote blubberzooi is in de rivier. Glibberend en met de motor tot de assen in de blubber krijgen we toch steeds weer de motor langs alle wachtende vrachtwagens naar de overkant. Voor de vrachtwagens zit er niets anders op dan wachten op het drogen van de blubber, er is geen doorkomen meer aan.

Van het bergachtige vruchtbare gebied zijn we opeens in de woestijn beland. De komende honderden kilometers zien we zand, en nu en dan eens een dorp. De weggebruikers zijn natuurlijk weer een hoop vrachtwagens maar nu ook de meest coole gasten van de woestijn; kamelen. Heel cool lopen ze met hun hoofd wiebelend van links, naar achter en dan naar rechts. Als we bij Fort Munro in een hotel zitten, en Arjan met de hotelmedewerker inkopen in het dorp gaat doen voor de enige twee gasten in lange tijd, zijn we het gesprek van het dorp, en al snel staat de belangrijkste familie van het dorp bij ons voor de deur. We hebben de hotelkamer al betaald dus slaan de uitnodiging om bij hen te slapen af, maar we komen er niet onderuit om de volgende dag bij de familie te gaan ontbijten.

Het is een echte tribal familie van zo’n 200 mensen die met elkaar een eigen soort sub-dorp hebben. Opa loopt met z’n grote geweer rond om mensen buiten te houden, en aan de muur hangt een kalasnikov. In de krant lees je hier verhalen dat burenruzies tussen dit soort families worden uitgevochten met een rocket launcher. Na een uitgebreid ontbijt mag Els naar de gebouwen achter het gastenhuis komen en ziet eindelijk de vrouwen die verborgen worden gehouden voor ieder mannenoog. Arjan wil ook wel graag hier komen, maar bij zijn eerste poging wordt hij weer teruggehaald, ga jij maar een foto van Opa maken. Vrouwen zie je in Pakistan eigenlijk amper. Ze worden in huis opgesloten en als je ze buiten ziet, zijn ze amper als vrouw herkenbaar. Haren gezichten en het hele lichaam worden verborgen achter een lap stof zodat niets meer doet denken aan een vrouw. Dit is niet de bekende chador, maar nog iets doeltreffender, een burka.

We moeten van de ene woestijn naar de andere nog door een wat bergachtiger en wat koeler gebied over een weg die al lange tijd bekend staat als de “Rovers snelweg”. Wij hebben deze weg al snel omgedoopt tot “appel snelweg” want iedere heer als we even stil staan om te rusten, of om wat aan de motor te rommelen stopt een vrachtwagen volgeladen met appels en word onze appelvoorraad bijgevuld. Iedere chauffeur zwaait ook de hele dag vriendelijk naar ons.

Vanaf Quetta is het 622 lange kilometers door de woestijn van Belochistan. Zand, zand en nu en dat eens een dorp gemaakt van zand. Omdat deze afstand te lang voor ons is om op 1 dag af te leggen slapen we onderweg bij een restauranthouder, tevens benzinesmokkelaar. Er word een bed gemaakt van dekens uit de bruidsschat midden op de binnenplaats waar we onder de sterrenhemel kunnen slapen. We moeten nog wel even een tijdje bij hem binnen zitten om tv te kijken en om met hem te praten. In het bijzijn van zijn vrouw laat hij Els een fotootje zien van z’n Iranese vriendin, en vraagt welk beter is. Het liefst zou hij snel een tweede vrouw erbij nemen, want hij vind zijn eerste vrouw maar niets. Ze heeft geen opleiding, en buiten kinderen baren en het huishouden kan ze niets. Ze is ook al vanaf haar 13 met hem getrouwd. Als we vragen of zijn dochters naar school gaan zegt hij dat dat niet gebruikelijk is, ze worden toch binnenkort uitgehuwelijkt. Hij heeft overal zijn connecties, en een neef zit in Afghanistan bij de Taliban. “Taliban is goed” zegt bij, maar wij vragen hoe hij dan aan een opgeleide vrouw wil komen met Taliban achtige wetten. Wij hebben het erg te doen met de vrouwen in Pakistan, er zijn geen kansen voor hen in de macho wereld van Pakistan.

Hoe dichter we bij de Iranese grens komen, hoe goedkoper de benzine word. Bij de Shell pompstations betalen we Prs.28 (Pakistaanse roepies) dat is zo’n fl.1,26 maar Shell kom je in Belochistan niet meer tegen. Aan de kant van de weg staan nu grote tonnen of rijen met jerrycans benzine, en de prijs gaat van Prs.15 (fl. 0,67) tot zelfs Prs.12 (fl.0,54) per liter. We zijn in de wereld van de illegale benzine gekomen, maar vragen ons iedere kilometer af hoe die benzine nou de grens overkomt. Als we aan de Iranese kant van de grens zijn word ons alles duidelijk. Bij de benzinepomp het dichtst bij de grens staat een lange rij fietsers te wachten totdat hun jerrycans gevuld worden met benzine. Overbeladen gaan de fietsers op pad. Bij een douane checkpost gaan ze van de fiets af om het gebouw heen te lopen en achter het gebouw door een gat in het hek opeens in Pakistan te staan. Ze moeten nu nog een paar kilometer fietsen tot waar een pick-uptruck staat te wachten om de benzine verder te vervoeren. iedereen zit in het complot, en we maken maar geen foto van dit schouwspel anders komen we waarschijnlijk nooit meer Iran uit. We rijden naar het pompstation en gooien onze tank, en jerrycan vol voor 385 rial per liter, dat is nog geen 12 cent. Op de televisie zien we de betogingen van vrachtwagen chauffeurs in Engeland tegen de hoge benzineprijs, en de benzineprijs in Nederland is fl.2,62.

Vorige Volgende