2000 – (17) Turkije

Vorige Volgende

Ieder nieuw land is altijd weer spannend. Onderweg hoor je altijd verhalen van mensen die er geweest zijn en ieder heeft zijn eigen kijk op de dingen.

Het zuidoosten van Turkije staat bij veel reizigers bekend als een gevaarlijk gebied. We hadden al verhalen gehoord van een motorrijder, die een pistool tegen zijn hoofd kreeg en bestolen werd, nadat hij een schaap doodreed. Kinderen die stenen gooien naar voorbijrijdende motoren en fietsen en bloeddorstige, blaffende honden, die met hun tanden ontbloot achter je aan rennen.

Wij hadden het meeste last van het weer, het was namelijk nogal koud. We hebben een paar dagen bij de grens met Turkije en Iran uitgerust in mooi zonnig weer en genoten van de baklava en andere zoetige zaligheden, waar je tanden van uitvallen, maar de dag dat we weer verder rijden is het rotweer. Het regent en de bergen waar we over moeten liggen bedekt met hagel. We zitten vreselijk te bibberen en te balen, want twee weken geleden was het nog prachtig weer. We zijn bang dat we een planfout hebben gemaakt en vanaf nu alleen nog maar in de kou zullen zitten. Gelukkig blijft het koudefront aan de noordkant van de bergen en rijden we in steeds mooier wordend weer. De honden zijn inderdaad erg groot, maar gelukkig, net als een olifant, te langzaam voor een Enfield en de kinderen kunnen niet richten. Wel proberen ze je van schrik van je motor af te laten vallen door grootse gebaren te maken.

Dit is het gebied waar iedereen de conversatie met ons begint met de woorden: “me kurd”. De Koerden zijn erg trots op hun identiteit, maar na jaren burgeroorlog hebben ze nog steeds geen eigen staat en leven ze in een door Turken gedomineerde Politiestaat. Elke paar kilometer staat er wel militairen of politieagenten die als opdracht van Ankara hebben meegekregen: “Ga jij maar Koerdje pesten”.

Busjes worden gestopt, iedereen moet eruit en de mannen worden gefouilleerd en staan er gelaten bij. De vrouwen worden met rust gelaten, dus van een serieuze controle is geen spraken. De auto wordt doorzocht en ze mogen weer gaan en een paar kilometer verder worden ze weer gestopt. Zelfs wij moeten onze papieren laten zien en krijgen geen thee.

Bij iedere stad waar wij inrijden staat een bordje met de naam van de stad en het aantal inwoners. De dag dat we bij het blauwe Van-meer rijden, hebben de Turken bedacht dat het hoog tijd is om deze bordjes bij te werken. Het is volkstellingdag in Turkije.

Iedereen moet binnen blijven, maar wij doen net of we van niets weten en gaan op pad over de lege autowegen. Na 80 kilometer wordt ons opstandig gedrag tot een halt gebracht. We worden door de politie gestopt en onze paspoorten worden twee keer bekeken. Na een half uur weten we nog steeds niet waar we op wachten. Na een uur komt er een auto met de plaatselijke tolk en een formulier in het engels, ook de toeristen worden geteld. Wij staan nu, dankzij het gebrekkige Engels van de tolk in Turkije officieel te boek als werkschuw tuig zonder nationaliteit.

Na ander half uur staan we klaar om weg te gaan en de agenten gaan toeristje pesten. Ze willen graag ons paspoort nog een keer zien en Arjan gaat zuchtend en steunend weer onderuitgezakt op een stoel zitten. Hij moet meteen rechtop gaan staan en zo blijven staan tot de paspoorten weer bekeken zijn. Dit is niets voor een opstandige Hollander, maar gelukkig weet Els Arjan te kalmeren, zodat we alsnog verder mogen.

Veel mensen zijn op grote motoren onderweg van en naar Europa, Afrika en India. Ze rijden gemiddeld twee keer zo snel als wij.

We komen nu de eerste motor tegen die wij kunnen inhalen, een collega Enfielder. Bij ons mag er een spaak uit zijn, de ketting mag hoogbejaard zijn, maar met twee personen en meer bagage rijden wij sneller dan deze motorrijder. Tom heeft zijn motor in Delhi laten opknappen door een goedkopere concurrent van Lalli, en vervloekt deze nu bij elke kilometer. Overal druipt olie uit, alles is kapot en afgebroken, maar hij is er zeker van dat hij Engeland zal halen.

Voor de godenhoofden op de berg Nemrut Dagi zijn we maar net op tijd. In de bergen is het ijskoud en de kaartjesverkopers komen niet bij de warme kachel vandaan, zodat wij gratis de berg oplopen. Een dag later liggen de godenbeelden bedekt onder een dik pak sneeuw en we zijn blij dat we naar het lager gelegen Mesopotamie gaan, het land tussen de Tigris en de Eufraat. Sanliurfa ligt in dit gebied, het is in het oud testament de stad Ur. De vijver van Abraham zit vol heilige vette vissen en de grot waar Abraham geboren is ziet er uit als een grot. Een stemmetje in ons zegt dat we weer verder moeten gaan, een reis moeten gaan maken naar het land Canaan.

We stappen op de motor en gaan nog even in Harran kijken, en rijden verder op weg naar Syrië. Bij de grens zijn we weer ver weg van het Koerdische gebied en de sfeer is veel gemoedelijker.

Verveelde soldaten ontbladeren de bomen door er hard aan te schudden en wij drinken thee terwijl we wachten tot het hek naar het niemandsland tussen Syrië en Turkije opengaat. Het hek wordt achter ons gesloten en we staan tussen twee grote ijzeren hekken, een paar meter verwijderd van Syrië.

 

Vorige Volgende