2001 – Egypte

{"autoplay":"true","autoplay_speed":3000,"speed":300,"arrows":"true","dots":"true"}

Na het ontbijt gaan we om 04:00 richting schiphol. Na XI-IX zijn er verschillende dingen in de wereld veranderd. Op schilhol moeten we eerder aanwezig zijn, en we kunnen nog eens € 15,- extra betalen als veiligheidstoeslag. Arjan heeft zich er ook helemaal bij neergelegd, en doet zonder klagen z’n fotospullen in het rontgenapparaat.

11 september heeft namelijk een ding echt veranderd, discusseren heeft geen zin. “War against terrorism”, “You are with us or against us”. En ik heb het idee dat er mensen zijn die echt zo ongenuanceerd denken. Egypte vinden veel mensen dan ook een vreemde keuze om “vooral nu” naartoe te gaan. Ik snap alleen niet waarom. Zoveel is de wereld ook niet veranderd in dat jaar dat we voor het laatst in het midden-oosten waren. Egypte heeft net als de meeste landen in de wereld de “veilige” kant gekozen. De kans op problemen lijkt mij hier niet groter dan vorig jaar, en er zijn veel onveiligere plekken op aarde, zoals de verenigde staten van Amerika, of grote europese steden.

In een glasheldere nacht vliegen we laag over Amsterdam dat gehuld is in miljarden lichtpuntjes. Als de zon opkomt vliegen we net boven de alpen en als we de middelandse zee over zijn zien we het breedste strand op aarde; Egypte.

De leegte van de zandwoestijn overtreft onze woestijnervaringen, maar we hebben nu geen tijd om de sahara in te gaan. We hebben een week voor Cairo, en een week voor Dahab gepland.

Midden in de zandleegte loopt de levensader van Egypte namelijk de rivier de Nijl. Een smalle strook langs de Nijl is groen, maar daarnaast is alles weer zand. We moeten nog een stukje verder vliegen en landen in Sharm El Sheik in de Sinai.

De goedkoopste manier om naar Egypte te vliegen was via deze charter vol mensen op zoek naar de zon. Ze hebben blijkbaar alles al in Nederland geregeld en moeten bij aankomst in Sharm alleen nog een visum kopen bij de reisagent die ons al staat op te wachten. In de reisbrochure staat dat een visum hier maar $20 kost in plaats van $30 in Nederland. Wij lopen eerst nog wat rond op zoek naar een pin-automaat als we zien dat de bank om de hoek dezelfde visa daar $15 kosten. Als we de reisagent vragen wat het verschil is andwoordt hij heel droog “but that is at the bank.”… Kassa.      

Er wordt aan niemand verteld dat ze eigenlijk geen visum nodig hebben zolang ze in de Sinai blijven. Als alle packet-touristen in hun busje naar hun hotels gaan blijven 4 mensen op het vliegveld achter. Een herkent direct de pakistaanse vlag op mijn rugzak, want daar is hij vorig jaar ook geweest, en we spreken af om samen naar het busstation te komen. Als we van het vliegveld naar de nabijgelegen weg lopen wordt de prijs voor een taxi steeds goedkoper. 50 naar 30, 20 en 10, maar we hadden van een belgische tour operator gehoord dat er op de weg mini-busjes rijden voor 2E£. De busjes rijden er wel, maar weigeren te stoppen en zwaaien vriendelijk terug. Als die belg in z’n kleine geleende autotje voorbij komt rijden kunnen we hem overhalen om ons mee te nemen.

Zo’n 15 kilometer met z’n vijfen en vier grote rugzakken en in een houding blijven zitten en we hebben helemaal weer het gevoel terug….. We reizen weer… voor even.

Na een groot bord Kebab nemen we de bus verder naar Cairo. Na een paar uur zakt de zon alweer onder en is er niets anders te doen dan te kijken naar de TV in de bus. De eerste film scheint erg leuk te zijn naar de reactie van de egyptenaren, maar ik snap de tweede film gelukkig beter. Jean Claud van Damme is dan ook niet zo moeilijk.

Bij de tunnel onder het Suez-kanaal staat een rij auto’s te wachten. Wij moeten aan de kant en iedereen en alles moet eruit. Een paar mannetjes met veel te grote geweren lopen wat rond en dan kunnen we eindelijk voor het eerst Afrika in, op weg naar afrikas grootste stad.

De één weet te vertellen dat er 16 miljoen mensen wonen, de ander heeft het over 25 miljoen. Als we de stad inrijden heeft het helemaal niet zo’n grote uitstraling. Er zijn geen verkeersopstoppingen en chaos, maar het is al 23:30. Een taxi brengt ons eerst waar we niet wezen willen, en dan uiteindelijk zijn we op de plaats van bestemming. In de bus zat ik al te denken hoe uitgestorven Cairo zal zijn midden in de nacht. Uitgestorven straten, dichte winkels en niet herkenbare hotels. Het tegendeel is waar. De staten zijn vol winkelende mensen en de theehuizen zitten vol met theedrinkers en shisharokers. De meesten hebben nog vakantie, en vieren nog een beetje het einde van de rammadam. Als we een hotel hebben gevonden gaan we na europa en azie op het derde continent van vandaag eten.

Cairo is absoluut geen mooie stad, maar wij vinden het wel een hele gave stad. We dwalen en verdwalen wat in de kleine straatjes, en genieten van het leven in de grote stad. Nieuwsgierig en leergierig rondkijken bij de verschillende ambachten en uitrusten in één van de vele theehuizen met een waterpijp. De moskeeën vinden we tegenvallen na al het moois dat we in Iran, Turkije en Syrie hebben gezien. De meeste gebouwen staan ook nog in de steigers sinds de grote aardbeving van 1992.

We proberen natuurlijk de plaatselijke specialiteit, gevulde duif, maar er zit amper vlees aan de beestjes en de vulling is een vette rijst. We genieten wel weer erg van de foul, falaffel, tahin, babaganoush, kebab, salades, egyptische pizza. Maar deze dingen kenden we al uit de andere arabische landen. Kosheri was wel iets nieuws voor ons. Spaghetti met macaroni en linzen met daarover een pittige tomatensaus en gebakken uitjes. Els vond de baklava-achtige dingen hier tegenvallen, maar overheerlijk vruchtenijs was een goed alternatief als toetje.

Dwalend door de straten komen we uit bij een park aan de Nijl. Alle bankjes aan het water zijn bezet door stelletjes die romantisch maar toch op ruime afstand van elkaar over het water zitten te staren. Als we ’s avonds met Dawoud spreken spreken onder het genot van een waterpijp en een thee krijgen we gelijk veel meer informatie over de samenleving. “To be totally honest with you my friend”, en we krijgen wat verhalen van een christelijke egyptenaar. Een relatie met z’n moslim buurmeisje, feesten net buiten de stad, bezoeken aan geheime flats en gewaagde voorstellen van touristen en dat allemaal in een cultuur waarin een sterke sociale controle is met veel religieuse beperkingen die het leven niet makkelijk maken.

De toeristenindustrie is helemaal ingestort. De gevolgen van 11 september zijn hier heel erg te merken. We zien bijna geen westerse toeristen, en we worden gelijk gespot als we langslopen. Met wanhoop in de ogen probeert een verkoper als met z’n gebruikelijke charme ons in z’n winkel te krijgen. Hij heeft al dagen niets verkocht op een plek waar hij een goed lopende zaak had. Na de aanslagen van 3 jaar geleden in het Egypisch museum zijn ook hier de veiligheidsmaatregels heel erg scherp, mischien nog wel scherper dan op schiphol. Bij opening zijn we al bij de ingang, en we gaan gelijk naar een van de bekenste schatten op aarde. Het masker van Tutankhamon(1361 – 1352 v Chr.) is gemaakt van puur goud en maken het nog moeilijker voor al die souvenierverkopers. Als je al de pracht en praal die meer dan 3000 jaar oud is, is wat die zelfde egyptenaren nu maken allemaal prul. Een hele verdieping is gewijd aan de schat van Tutankhamen, en je loopt in ongeloof rond dat al dit voor één van de meest onbeduidende pharao’s van Egypte is gemaakt. Bij de mummiekamer had ik het beeld van de kaft van “De sigaren van de farao” van Kuifje in m’n gedachte. Maar in plaats van een zaal vol ingewikkelde mummies liggen RamsesII en nog 7 anderen vredig in een verduisterde en gekoelde ruimte. Na ötsi in Italie die 5000 jaar oud was zijn dit de oudste mensen die we hebben gezien. En hier gaat het niet om een willekeurige man, maar over een leider van een wereldrijk zoals Mao en Stalin.

Nu dat we zo dicht bij de piramides zitten willen we ze natuurlijk ook allemaal zien. Onze reisgids vertelt ons alleen dat ze niet allemaal op een dag te zien zijn, behalve als je een taxi huurt. In het hotel willen ze ons ook maar al te graag een taxi aansmeren. “Everything is possible, you name it. You have a taxi for whole day”. Als we eindelijk besloten hebben om toch maar een taxi te nemen geven we door waar we heen willen. “All tourists do it the other way around.”, nou en, wij zijn niet alle reizigers, wij willen het op deze manier. Opeens zijn wij toch zo moeilijk en besluiten we wat we al gelijk hadden moeten besluiten namelijk we proberen het zelf wel. We nemen de metro naar het verst gelegen station en nemen daar een taxi die gelijk begrijpt waar we naartoe willen. Na een paar rondjes door die voorstad komen we uit bij een kapper die gelukkig mijn uitspraak wel begrijpt. We willen naar de nijl om met een boot over te varen, van daar zouden we volgens de kaart verder kunnen naar de Sakkara. We gaan opeens een brug over die niet op de kaart staat, en komen zo uit bij de getrede pyramide. In Cairo rijden de taxi’s nooit op de meter, ook niet voor egyptenaren, en de manier hier is of van te voren afspreken, of vol zelfvertrouwen bluffen dat je iedere dag dit ritje doet. En de chauffeur geven wat je denkt dat de rit moet kosten. Onafhankelijk wat je betaald, het is altijd te weinig.

Na een paar rondjes en nog wat andere opgravingen bekeken te hebben moeten we naar die drie pyramides die we in de verte zien liggen, Giza.

Ondanks Els haar slechte herinneringen aan paarden en kamelen komen we tot een goede deal met een paar kamelenmannen die ook op de weinige touristen aan het jagen zijn. Ieder een eigen kameel, op weg naar Giza. Even betalen en een stukje verder zou de kamelenman nog zijn kameel ophalen. Natuurlijk komt er geen 3e kameel en gaat de man zeuren dat het erg ver lopen is. Natuurlijk weet ik dat dit een ‘beginnersfout’ is, maar hoe langer je reist hoe makkelijker je wordt. “ach ver, ik zit goed op deze kameel, jij bent de gene die moet lopen”. Na een uur besluiten we toch maar om de kameel te delen, het mooiste stuk hebben we achter de rug op weg naar Giza. Het grootste probleem met onderhandelen is altijd dat je niet weet waarover je onderhandelt. Er zijn zoveel dingen die variabel zijn na een afspraak. Els vond het komeel rijden wel weer heel erg leuk.

Een tijd later staan we niet bij een van de vele achtste-wereldwornderen waar de aarde vol van staat, maar één uit de top 7. Dit is de eerste plek waar het vol is met de toeristen, maar de meeste komen uit Egypte. Iedereen moet op de foto met de pyramides, maar er moet ook gevoetbald, gepicknicked en geklauterd worden. Om de drie pyramides staat een touwtje gespannen die dit moet voorkomen. Voor wie deze onneembare hindernis toch weet te overbruggen staat er nog op iedere hoek een agent met een fluitje, dat wonderbaarlijk veel effect heeft.

De pyramides zijn te breed om hoog aan te voelen. Je mag er niet op klauteren en zo is het niet meer dan een grote berg gestapende blokken. Maar wel een bijzondere stapel. Het is ongelooflijk dat ze dit 4000 jaar geleden hebben kunnen maken. Via een smalle lange gang gaan we naar de grafkamer die midden onder de pyramide ligt. 1.880.000 ton steen ligt boven ons, en we zijn precies 142 meter onder het topje. In de leeggeroofde ruimte is verder niets aanwezig dan een lege sacofaaf waar Chephren (zoon van Cheops) in heeft gelegen, maar nu gevuld is met een Arjan.

Els werkt al zo’n jaar als vrijwilligster bij Foster Parents plan (FPP), en in Cairo gaan we een paar projecten bezoeken. Els had van te voren al geregeld dat FPP verschillende projecten zal laten zien. Op het hoofdkantoor is het een drukke bedoeling. Na de maand rammadan, afgesloten met een week vakantie moet er een hoop werk ingehaald worden. Vooral als nu omdat het ook het einde van het kalender jaar is. Grote stapels nieuwe veldverslagen moeten in de computer gebracht worden en brieven moeten vertaald worden. Onze eerste project is een technische opleiding voor doven. De jongens leren hier een vak, en op die manier kunnen ze later voor zichzelf zorgen. FPP heeft een bestaande school geholpen met spullen en nu kan de school bijna voor zichzelf zorgen door de leerprojecten te verkopen. We gaan verder naar een ziekenhuis. FPP steunt hier een project om alle kinderen in de gaten te houden op gewicht en groei. Verder nog wat schooltjes en dan op weg naar de wc’s.

In een wijk wordt voorlichting gegeven over hygiene. In alle huizen wordt sanitair aangelegd en voor het eerst in Cairo zien we hier schone straten. Arjan probeert ook oude situaties te zien, maar de hulpverleners snappen hem niet. Kijk hoe mooi de wc’s zijn. Als ik even vraagt om de auto te stoppen om foto’s te maken raakt een hulpverlener helemaal in paniek. De mensen zijn hier te trots om de huidige problemen te willen laten zien. Ze snappen niet dat mensen in Nederland graag geld aan hulpverlening willen geven, maar dat ze wel willen weten wat de problemen zijn, en wat er tot nu toe met het geld veranderd is. Van te voren is bij de overheid ons bezoek aangevraagd, en we mogen wel de projecten bekijken maar alleen de goede dingen. Ze snappen echt niet waarom we niet alleen de nieuwe wc’s willen zien.

We zijn pas halverwege onze vakantie, maar beseffen dat we afscheid van Egypte moeten nemen. We gaan weer terug naar de Sinai, op weg naar Dahab. Als we in Dahab aankomen gaan de meeste westerlingen eerst op zoek naar bier, dan pas een kamer. Ze hebben een tijd drooggelegen in Cairo, en vreemd genoeg wisten wij waar je wel alcohol kon kopen.

In Cairo werd ons door een Egyptenaar al gezegd “Dahab, bedouine place, good place”, en hier hoor je van de meeste dat Dahab het paradijs op aarde is, en mensen die net Egypte binnenkomen wordt aangeraden om vooral niet verder te gaan. Dahab is weer zo’n backpackers hangout dat vol zit met mensen die verklaren dat Dahab de enige leuke plek is in Egypte. Er wordt in Dahab ook wat neergekeken op het gepeupel in Sharm. “Daar zitten de hersenloze volgelingen die alles thuis al geboekt hebben, hier zitten de vrije reizigers”. In Dahab zitten wel meer backpackers dan in Sharm, maar of die allemaal zo vrij zijn? Vanuit hotels worden er tourtjes geregeld, en wat je ook wil doen, je populaire hoteleigenaar weet het voor je te regelen. De meeste die in Dahab zitten zijn net als al die mensen waartegen zij zich afzetten in Sharm, alleen betalen ze wat minder. Ook dit is een interessante cultuur om te bekijken.

In een zin wordt het nachtleven van Dahab uitgelegd. “Die tent is net als spanje, die is ….. en deze plek is wat rustiger met seventies en eighties muziek.”. Wij snappen niet waar hij het over heeft, wij zijn in Dahab om te duiken en lekker uit te rusten.

We gaan op onze manier een vergelijkend onderzoek doen waar we gaan duiken. We lopen langs alle hotels, en het lijkt wel of alle hotels een eigen duikschool hebben. Als we bij de laatste en verst gelegen duikschool zijn aangekomen zijn we het zoeken zat, Ok deze nemen we. Het is een goede duikschool, maar we hebben iedere ochtend wel een lange wandeling. Dit is ook de eerste keer dat we vanaf de kant duiken. Duikpak aan, fles op de rug en dan een wandeling naar de zee. Ik ben blij dat het een zalige 25 graden is, in de zomer zou je van de warmte het water geneens halen. De komende dagen zijn we alleen bezig met duiken en eten. Na anderhalf jaar niet gedoken te hebben voelen we ons gelijk weer op ons gemak. Els houd voornamelijk van visjes kijken, en wil het liefst zo ondiep mogelijk duiken zodat ze niet zoveel lucht slurpt. Arjan roept al een tijd dat hij de PADI advanced cursus wilt doen. We zitten dus al snel op 30 meter diepte om te ervaren hoe je hersenen werken op die diepte. Wij en nog een cursist moeten op deze diepte onze hersenen laten werken door de sommen 120+140+140+170= en 750:5= uit te rekenen. Op zich een taak die wel zou moeten lukken voor iemand die docent wiskunde is. Als we de alle vier de sommen hebben berekend kijken we in ongeloof op de stopwatch. De 16 minuten die we er voor nodig hadden leken 5 minuten. Richard, de 3e cursist, weet niet meer hoe hij zijn luchtdruk moet mededelen, dus het wordt weer tijd om naar boven te gaan. ’s Middags gaan we een visjesduik voor Els maken en ’s avonds is het tijd voor onze eerste nachtduik.

  Als we het water in gaan zijn we al gelijk de andere twee kwijt. De handelingen die overdag automatisch gaan nu heel geforseerd. Als we eenmaal door de branding heen zijn, en er geen muur van zand meer is zien we gelukkig weer een lichtvlekje. Gewapend met alleen een zaklamp lijkt het onder water wel de x-files. Lichtbundels doorkruizen elkaar in een pikdonkere omgeving en om ons heen zijn de vreemste wezens die we overdag niet zien, of er anders uitzien. De vissen die nu nog op zijn zijn op jacht. Een moreen (zeeslang) laat duidelijk weten dat we door moeten zwemmen, en verschillende soorten lion-vissen zwemmen heel sierlijk als planten dansend in de stroming. Die mooie takken en bladeren zijn alleen giftig. Als onze ogen gewend zijn aan de duisternis, en we alle basishandelingen in het donker onder de knie hebben is het heel erg genieten. Het koraal is vuurrood, een in het zachte koraal liggen vissen te slapen, uitgeput van heel de dag in het water spelen.

Tussen het duiken door zitten we op een van de vele restaurants op het strand. Er is alleen geen strand meer over, daar staan de restaurants op. Onze favoriete plek draagt de Egyptische naam Al-Capone. Kleden op het strand, grote ronde kussens om tegenaan te hangen en met een groot bord eten van de bbq en ons scrabble bordje komen we de avonden door.

Jammergenoeg zijn twee weken week zo voorbij. Vooral Arjan heeft het er moeilijk mee dat hij in twee weken niet zoveel kan meemaken als 16 maanden. Rationeel snap hij het wel, maar z’n gevoel zegt… Avontuur!!!!!!!! Vooral als we twee fietsers op weg naar Zuid-Afrika tegenkomen speelt ons reisverlangen weer op. Nog 5 maandjes wachten, dan hebben we weer vakantie.

Arjan & Els 31-01-2002