2003 – Denemarken en Legoland

Ik weet niet waarom. Na vele reizen heb ik deze keer geen zin om een dagboek bij te houden. Bijna altijd als we langer dan een weekend van huis zijn, worden alle belevenissen en gedachtes opgeschreven, maar nu in Denemarken niet.

Misschien komt het omdat Denemarken niet zo als “Buitenland” aanvoelt. Landschap, taal, mensen en gebruiken hebben grote verwantschap met Nederland.

Met onze voorliefde voor landen met grote massa’s mensen en chaos lijkt Denemarken een vreemde keuze. Op een oppervlakte van ongeveer twee maal dan in Nederland met maar de helft van de inwoners zullen die twee voorliefdes waarschijnlijk niet aan de orde komen.

Dit wordt niet een vakantie van stoere verhalen, maar van rust en lekker fietsen. Voor Els is het kijken hoe ze deze weken met haar fibromyalgie omgaat, voor Arjan is het de eerste keer fietsen nadat hij 2 maanden weinig heeft kunnen doen door een verschoven ruggenwervel.

Vanuit Nederland nemen we de trein naar Dusseldorf waarvandaan de nachttrein naar Denemarken rijdt. In China en India hebben we vele slaaptreinen genomen, en altijd hebben we een perfecte nachtrust gehad. Maar nu, in deze Duitse trein, kunnen we de slaap niet vatten omdat we niet lekker kunnen liggen. Om 6 uur ’s ochtends worden we half slapend gewekt door de Douane, Paspoort controle. Denemarken is lid van de Europese unie, maar geen Chengen land en heeft geen Euro’s.

Twee uur later moeten we echt weer uit ons bed, bij de eerste treinhalte in Denemarken moeten we eruit. Als we de deur van de goederenwagon opendoen zien we veel bosjes en struikjes maar geen perron. De trein is te ver doorgereden en we kunnen onze spullen in de berm, anderhalve meter lager, gooien. Als de trein wegrijdt en we door de bosjes het perron opklimmen hebben we toch weer iets van chaos gehad.

Na één van de warmste en droogste zomers gaat het gelijk bij aankomst in Kolding regenen. We hebben al wat lange weekenden met de fiets gekampeerd, maar je merkt pas als je ver van huis bent wat wel en niet handig is om mee te nemen. Een poncho op een ligfiets is een van die dingen die in de categorie “NIET HANDIG” vallen. Als een grote opgeblazen blauwe bal gaat Els door het groene landschap heen.

Door Denemarken lopen vele uitgezette fietsroutes. Er zijn verder geen speciale richting bordjes voor fietsen, zoals we dat in Nederland gewend zijn. De meeste fietsers volgen dan ook de uitgezette routes. Eigenwijs dat wij zijn hebben we zelf een route op de kaart bedacht. Het maakt niet zoveel uit waar je langs rijdt, het is overal mooi en leeg. Vaak volgt onze route een uitgezette route, en even later zitten we weer op een andere route.

Van Kolding gaan we naar Ribe, een middeleeuws stadje, en vanaf daar naar het noorden. In het zuiden staan voornamelijk de oude hoeves, en hoe meer we noordelijk gaan worden de boerderijen steeds moderner.

Grasland, heuvels en bossen doorkruizen we en naast de ontelbare koeien zien we nu en dan een vos, grote roofvogels en herten. Als we een paar dagen onderweg zijn merken we dat we wat trager door het land reizen dan gepland. “Denemarken is net zo plat als Nederland” was ons verteld. Dit was waarschijnlijk een uitspraak van een Limbo, maar echt niet van een Hollander.

We leggen per dag tussen de 60 en 100 kilometer af. De meeste wegen zijn van asfalt, maar de meeste tijd spenderen we op de aarde- en grindwegen. Door het lage zwaartepunt van de ligfiets is het vooral over grof grind en mul zand erg lastig fietsen. We komen net iets noordelijker dan dat we ooit geweest zijn, maar de bedoeling was om naar het noordelijkste puntje van Jutland, Skagen, te fietsen. We hebben gehoord dat het punt waar het Kattegat en Skagerrak bij elkaar komen spectaculair is, maar wij schrijven het maar op het lijstjes “gemist” en “De volgende keer”.

Nog meer dan in Nederland zijn we een attractie op onze ligfietsen. Gelukkig rijden er niet veel auto’s op de wegen als ze slingerend naar ons kijken. De verkeersregels worden strikt nageleefd, en dat is iets waar we erg aan moeten wennen. We worden nooit afgesneden door afslaand verkeer en krijgen voorrang, al moet een bestuurder lang wachten voordat wij bij de kruising zijn.

De specialiteit van de Deense keuken zijn de vele soorten haring. Verder lijkt het eten veel op Nederlands eten. Populair junkfood in Denemarken zijn Hot-dogs en Pizza’s. Wij rijden van bakker naar bakker om het fantastische brood te eten, en de kaneelstaven met appel, hazelnootjes spijs en suiker. ’s Avonds koken we meestal zelf in onze tent. Wat we meestal als groot nadeel van reizen in Europa vinden is dat je maar met heel weinig mensen in contact komt. We zien iedere dag wel een andere fietser, maar de meeste rijden hard verder. We hebben een boekje “Overnatning i det fri” (ISBN 87089835-46-8) dat een perfecte oplossing voor dit bied. In dit boekje staat een lijst van 753 boeren waar je 1 à 2 nachten kunt blijven. Dit zijn geen boeren campings, maar particulieren die het leuk vinden om wat actieve mensen over de vloer te hebben. Wandelaars en fietsers zijn welkom, auto- en motorrijders niet. We hebben de hele vakantie de mooiste kampeerplekjes. Soms midden op het prachtige gazon, de andere keer honderden meters van de boerderij af, aan de rand van een nabij gelegen meer. Sommige boeren al gestopt met hun boeren bedrijf, maar zijn toch door blijven gaan met het bieden van deze gastvrijheid, al wonen ze nu midden in de stad. Ze missen de aanloop van steeds weer andere mensen.

We moeten wel erg wennen aan de gastvrijheid, en gewoonten. Als we de eerste keer heel moe op een verlaten boerderij aankomen lopen we een uur rond om te kijken waar de boer is, en dan rijden we maar weer verder. Een volgende keer zijn we maar naar de buren gegaan om te vragen of ze weten wanneer de boer terug komt. “Je kunt de tent gewoon ergens in de tuin zetten, ik weet niet of de boer vandaag of morgen nog thuis komt. De deuren staan open, dus als je wil douchen of nog spullen in de koelkast wil zetten kan dat.” Na het eten staan we nog wel eens onwennig met onze borden in de hand te vragen waar we ze kunnen afwassen; “In de keuken natuurlijk.” De meeste huizen buiten de steden hebben geen deurbel, en de deur is praktisch nooit op slot. Je doet de deur open en roep naar binnen, als je niemand hoort sluit je de deur weer en ga je verder.

De meeste Denen zijn erg trots op hun land en hebben het niet zo op “Het buitenland”. Zelden gaan ze ver van huis, en er zijn maar weinig buitenlanders in Denemarken. Moslim en Al-Qaida zijn bijna synoniemen en het valt ons op dat we na een week voor het eerst weer eens een niet-blanke zien. Dit was wel in Århus, een grote havenstad.
Twee dingen zijn wereldberoemd van Denemarken. Ten eerste de vikingen. Meer dan 1000 jaar geleden gingen de vikingen door Europa als een grote plaag van rovende, moordende en verkrachtende mannen. We bezoeken een oud vikingdorp, maar meer dan een aarden omwalling en wat gebruiksvoorwerpen zijn niet bewaard gebleven. Het is meer iets voor de fantasie, en mijn grootste vraag over vikingen zal wel nooit beantwoord worden; Was Wikkie een jongetje of een meisje?

Lego is het bekendste exportproduct van Legoland. Het land lijkt op een soort pretpark, waar alles van Lego blokjes gemaakt is. De achtbaan, trein en huizen hebben allemaal een lego steentjes uitstraling. Er is een soort Madurodam, maar dan van Lego-steentjes waar alle bekende landsgezichten van vooral noord Europa te zien zijn. Ik heb Nederland nooit zo als Noord Europa gezien, maar ook onze kanalen, koeien en NS-treinen rijden door het land.

De attracties zijn meer leuk dan spectaculair. We hoeven gelukkig iedere keer maximaal 5 à 10 minuten wachten voordat we in de attracties kunnen (’s zomers soms 1 ½ uur ). De attracties zijn allemaal een must om al het lego werk te kunnen zien. Zo begint de achtbaan als een soort treintje langs verschillende Lego-kasteel taferelen, en eindigt het als een leuke achtbaan. Het heeft na de regenbui op de eerste dag bijna niet meer geregend, alleen de 2 minuten dat wij in de achtbaan zitten stortregent het. We waren angstig om de wildwaterbaan in te gaan, maar daar kwamen we droog uit, uit de achtbaan doorweekt. De enige echt spectaculaire attractie was de Power-Builder. Op een computerscherm kan je zelf aangeven welke bewegingen een robotarm moet gaan maken. Vervolgens ga je in een stoeltje zitten dat bovenop de arm gemonteerd is, en word je aan de hand van de bewegingen door elkaar geschud. Arjan wil stoer met het maximale niveau beginnen, maat Els overtuigt hem om eerst eens op het middelste niveau te kijken. Op dit niveau krijg je nog wat mee wat er gebeurd. Het maximale niveau is echt heftig, zoals Arjan alleen ondervindt.


Met een bezoek aan Legoland ging een jeugdwens in vervulling. Vol ongeduld stappen we weer op de trein naar huis. Thuis wacht ons eigen Lego.

ÆLS
R
J
A
N
01-09-2003