2008 – Griekenland

Daar staan we dan, 50 km van Athene, met bijna geen benzine meer in de auto. Dit moest een lekkere ontspannen vakantie worden, maar in onze eerste uren in Griekenland wordt ons incasseringsvermogen op de proef gesteld. Op het vliegveld werden we na een uur wachten en zoeken met een busje naar een verhuurbedrijf gebracht. Daar aangekomen keken ze eens goed in de papieren en we kregen te horen dat we bij hun geen auto hadden gehuurd. Weer terug op het vliegveld stond ons contactpersoon er eindelijk wel met een vrij nieuwe Volkswagen polo, ruim genoeg om met z’n drieën door Griekenland te toeren. Tussen neus en lippen door pikten we nog wat op over een douane die zou staken en iets over olie, maar wat dat impliceert komen we nu pas achter.

We rijden weg en zien dan dat de tank bijna leeg is. De eerste benzinepomp is verlaten, en na 50 km staan we bij het zoveelste afgesloten benzinestation met een praktisch lege tank. We drinken wat, geven Simeon een schone luier (15 maanden oud, Simeon niet de luier) en we maken een plan wat we verder gaan doen. We zijn er inmiddels achter gekomen dat de douane aan het staken is, en dat daardoor in het hele land geen benzine en diesel te krijgen is behalve voor de hulpdiensten. De benzine is relatief goedkoop in Griekenland (EUR 1.10), alleen niet te koop. Als de politie weer weg is gereden bij de pomp waar we staan worden we aangesproken door een Afghaanse jongen. De pomphouder vind het zielig dat we met een baby hier staan, en hij kan wel benzine regelen, hoeveel willen we hebben. Zoals altijd ben ik eerst een beetje achterdochtig, maar ze hebben het beste met ons voor. Onder een gesprek over kip-biriani en Peshawar wordt er met een jerrycan in de afgesloten wasstraat 15 liter benzine in de tank gestopt. We hebben al met de verhuurder aan de telefoon gezeten, en besluiten terug naar Athene te rijden om de auto terug te geven. Zonder uitzicht hoe lang zo’n staking gaat duren maken we een plan om dan maar met een boot (stoomboot ofzo?) naar een eiland te gaan. Bij de autoverhuur zijn ze er niet helemaal van overtuigd dat bij een auto huren ook de mogelijkheid moet bestaan om benzine te kopen, of er op z’n minst een volle tank bijhoort om ergens te komen. Uiteindelijk wordt de huur geannuleerd. Inmiddels in het donker gaan we op zoek naar een hotel en een plek om te eten, en belanden in een veel te klein hok voor veel te veel geld.

De volgende dag zien we dat sommige pompstations alweer benzine verkopen, en langzaam wordt de stad drukker en drukker met verkeer. Voor veel minder geld huren we ergens anders een auto, eisen dat de tank vol zit en rijden naar de Peloponnesos, het grote schiereiland van Griekenland.

Het Griekse verkeer heeft net wat andere gewoontes dan het Nederlandse, maar als je zelf niet zo opschrikt van rechts inhalen, auto’s laten inhalen door zelf op de vluchtstrook te rijden, zo’n 30km/h harder rijden dan toegestaan, dubbel parkeren (als de knipperlichten maar aanstaan), midden op de weg stilstaan en maling hebben aan enkele en dubbele strepen op de weg is het heel goed te doen.

Regelmatig moeten we stoppen, en zien dan het nut in van de hoedenplank in een auto. Die dingen zijn perfect om een baby op te verschonen. De eerste toeristische stop zijn de ruines van het 3000 jaar oude Mycenae. Het is een mooie locatie om je nederzetting neer te zetten, maar de ruines zijn niet zo spannend. We rijden verder via secundaire wegen naar het net zo min aantrekkelijke Sparta. De Spartanen stonden niet zo bekend om hun bouwkunst. We slapen net buiten Sparta op een plek waardoor we geïnspireerd waren in onze voorbereiding (we hebben de film “300” gezien). De kloof waar we zijn beland is erg grillig en hier lieten de Spartanen hun minder sterke kinderen achter, of beproefde ze om te kijken of ze sterk genoeg waren. Simeon haalt het tot de volgende dag, en we gaan naar Mystras. Ruïnes van byzantijnse kloosters staan tegen een steile berghelling, met bovenaan een fort. Met nu en dan een bui, zit Simeon op onze rug, en klimmen we naar boven. Sommige kloosters zijn ruïnes en sommige zijn nog bewoond.

Door de bergen gaan we verder naar de kust, en de wegen worden nog rustiger. Doorgaande wegen gaan dwars door dorpscentra, en worden nog kleiner, en nog moeilijker om alleen al de bochten te nemen, en dan opeens komt de weg weer op een grotere doorgaande weg uit. Waar kom die weg vandaan, we snappen hier niet altijd de bewegwijzering. Het Griekse alfabet heeft Els weer snel onder de knie, het grote probleem is dat alleen de volgende hele kleine dorpen steeds op de borden staan, en die staan niet op onze kaart. Terug in de bergen komen we via Vasses, een afgelegen Romeinse ruïne met een grote tent eroverheen ter bescherming, aan in Olympia. Ik ging er altijd vanuit dat Olympia aan de voet van de Olympus lag, de plek waar de goden leven, Maar slechts de naam is hiervan afgeleid, de berg ligt honderden kilometers verderop. Simeon loopt over de atletiekbaan waar duizend jaar lang de spelen zijn gehouden. We hebben in het verleden in het Midden-Oosten al heel veel Romeinse top ruïnes gezien, en zijn niet zo snel meer onder de indruk. Maar gecombineerd met het museum en nostalgische gevoelens vind ik het heel leuk om hier geweest te zijn. Dit is tevens onze derde plek van de klassieke wereldwonderen. Hier zijn we ook weer te laat, want het beeld van Zeus staat er niet meer.

Over de Mega brug bij Patra verlaten we de Peloponnesos om op zoek te gaan naar het klooster van Sint Simeon. Dit is niet de Simeon waar Simeon naar is vernoemd, maar de Opa van Jezus waar hij weer naar was vernoemd. Na wat zoeken vinden we het klooster. Het ziet er leuk uit, maar jammer genoeg is het dicht en verlaten.

Iedere dag maken we weer andere plannen hoe we verder gaan. Eerst Delphi, nee toch maar direct door naar het noorden, naar de Zagori dorpen zo’n 50km van de grens met Albanië. Een erg mooi gebied waar we tot op voorheen nog nooit van hadden gehoord.

Ook hier heeft de Europese unie flink wat geld ingepompt om dit gebied aantrekkelijker te maken voor toeristen. Nieuwe grote hotels staan gelijk aan de weg, aan de rand van de oude dorpen, maar gelukkig zijn ze wel helemaal in traditionele stijl gebouwd. Het is duidelijk laagseizoen, alhoewel het hotel helemaal vol geboekt is in het weekend, en voor relatief weinig krijgen we een van de grootste hotelkamers die we ooit hebben gehad. Bank, bed, open haard, 2 kuipstoelen, balkon, koelkast en een kastje met daarbovenop een TV die ik gelijk in de linnenkast stop om nog meer ruimte te krijgen. Het is een prachtig bergachtig gebied, met de diepste kloof op aarde volgens een recordboek van een biermerk. Hier merken we wel de beperkingen van reizen met een baby. Met Simeon in de rugdrager kunnen we aardig uit de voeten als er paden zijn. Maar door de regenval van de afgelopen dag is in de meestal droge kloof een reviertje ontstaan. Een stuk langs de kant, oversteken over grote rotsen, een stuk door de bosjes, wat klauteren, en weer over het water proberen te komen. Dit is echt niet te doen, en we gaan maar weer terug, de kloof weer omhoog. De dorpen zelf zijn al een belevenis en een pittige steile loop. Steile kronkelstraatjes, schots en scheef bestraat, nauw langs de huizen die uit rotsblokken zijn opgetrokken en rotsstenen bruggetjes maken dit tot een heel aantrekkelijk gebied.

We hebben nu een groot stuk van Griekenland gezien, en we vermaken ons zeer, maar we zijn wel een beetje teleurgesteld in de diversiteit van de keuken. Voor het gehele land zouden ze een standaard menulijst kunnen maken met daarop 5 salades en 5 hoofdgerechten en wat voorgerechten. De Griekse restaurants in Nederland hebben meer keuze. De tzatziki, Giros, Souflaki, koteletjes en mousaka zijn fantastisch, maar we kennen het allemaal al, en hadden op wat spannende lokale gerechten gehoopt. Gelukkig hebben ze nu in Zagori verschillende soorten hartige taart.

Langs een de engste wegen rijden we het gebied weer uit. We hebben over heel wat wegen gereden, in heel wat verschillende landen, maar nog nooit zo eng als dit. Een baan met diepe afgronden gelijk naast de weg, niet afgeschermd met een vangrail of een stel bomen om maar iets van een illusie van veiligheid te bieden. Gelukkig rijden er bijna geen auto’s op deze weg, maar nu en dan kom je een vrachtauto tegen. Achteruit naar een passagestuk die stijl omlaag gaat, en dan kunnen we weer verder. Na uren rijden komen we eindelijk aan in Meteora.

We hebben weer een prachtig hotel met uitzicht op de steile hoge rotsen. Op deze rotsen zijn kloosters neergezet zodat in alle afzondering met spirituele zaken bezig kon houden. In vroege dagen kon je alleen via touwladders naar boven. De spirituele zaken krijgen tegenwoordig heel wat afleiding, en in de meeste kloosters zien we meer marketingmedewerkers rondlopen dan monniken. De nonnen hebben nog wel alles zelf in de hand. Al hoewel ze ook een souvenirwinkel hebben, smelten ze weg als ze onze kleine zien. En ze zijn helemaal enthousiast als ze nog eens horen dat ie Simeon heet, en hij krijgt kruisjes, en icoontjes als cadeau. We merken dat de Grieken echt heel gek zijn op kleine kinderen. Er wordt veel gelachen naar Simeon, steken hun tong uit en willen hem aanraken, kroelen en lokken hem met hun gebedssnoer. Een ding kan echter absoluut niet in dit land bij een klein kind, en dat is een baby op blote voeten. We hadden al een paar keer commentaar gekregen, maar in een winkel gingen ze nog een stapje verder (nadat hij al door het voltallige personeel gekroeld was) kreeg hij sloffen voor zijn blote voeten. Het volgende stuk door het centrum van het vaste land is erg vlak met heel veel katoenplantages. Als we weer bij de bergen en de kust komen zijn we ook weer op ons volgende doel; Delphi. In Delphi staat gelukkig nog heel wat overeind, zodat de verbeelding geholpen wordt hoe het er in vroegere dagen uitgezien zou hebben.

Voordat we weer naar Athene gaan, gaan we nog even rust houden op het eiland Evia, en het plan is om er echt helemaal niet te doen. Door weer zo’n vreemde verkeerssituatie gaan we het eiland met een brug op, om 15 minuten later het eiland alweer met een andere brug te verlaten. Dan nog maar eens proberen. Dit eiland is niet zo ver van Athene, en wordt daarom veel gebruikt als weekend uitje. We willen hier 5 dagen blijven, en zijn opzoek naar een leuke plek. Door het naseizoen zijn veel hotels dicht, of hebben zo’n 5 sterren te veel om het leuk voor ons te maken. Als we het bijna hebben opgegeven proberen we nog een zijstraat. Hoe verder we de straat in rijden, hoe meer we het gevoel hebben dat dit het echt gaat worden. Dit is onze ideale plek. Op 100 meter van de zee hebben we een kamer met keukentje met daarvoor een groot grasveld. Er is een schommel en een glijbaan. We stropen de bomen af voor verse mandarijnen, granaatappels, en gitzwarte vijgen en maken ons eten extra lekker door het basilicum struikje.

Met benzine weer volop te koop is het een stuk drukker in Athene. Voordat we de auto weg willen brengen willen we eerst alle spullen in ons laatste hotel afgeven. Nadat het al een hele opgave was om het hotel te vinden, is het nu een opgave om de auto te parkeren. Alles staat al dubbel geparkeerd, en ik weet niet hoe tolerant ze zijn met drievoudig parkeren. Het moet zelfs mogelijk zijn om de auto voor het hotel te krijgen, maar met de zeer smalle eenrichtingsstraatjes is het al een opgave om er lopend te komen. Zijstraten zijn zelfs helemaal afgesloten omdat er iemand in geparkeerd staat.

Als afsluiting van onze vakantie gaan we ons helemaal te buiten. Een hotel met uitzicht op de Akropolis, met heel de nacht live muziek, en we laten schoenen op maat maken. Niet bij de eerste de beste, maar een van de beroemdste schoenmaker van Athene. John Lennon, Jackie Onassis, en Barbara Streisand en vele anderen gingen ons voor. Ook de priesteressen die iedere 4 jaar de Olympische vlam ontsteken dragen de teenslippers van Melissinos.

Omdat wij eeuwige student zijn, kunnen we met onze zeer echt uitziende studentenkaarten meerdere keren gratis op de Akropolis om het met verschillend licht te bewonderen. Het is een prachtig bouwwerk, op een prachtige plek. Naast de Akropolis wordt er druk gewerkt aan een nieuw Akropolis museum. Een fantastisch groot gebouw, met alle topstukken die hier zijn gevonden, alleen nog heel beperkt open. We hadden een halve dag ingepland om het te bekijken, maar na 15 minuten stonden we alweer buiten. Naar een andere plek waar we ons langer kostelijk vermaken. We dachten altijd dat het een grap was van Monty python, maar hij bestaat echt. Het “ministry of silly walks”. Het gaat er allemaal heel serieus aan toe, maar wij zien het meer met veel ongeloof.

Als afsluiting van ons bezoek wordt het weer spannend hoe we naar het vliegveld gaan. We zitten pal naast de directe metroverbinding naar het vliegveld, maar ze staken. Het is alleen onduidelijk wanneer. Doorlopend staken verschillende lijnen op verschillende tijden. Maar we hebben geluk, en zonder verdere problemen reizen we weer naar huis.