2010 – Eilandhoppen Griekenland

Om 11 uur ’s ochtends komen we aan op het vliegveld van Rhodos. Het is weer spannend of de fietsen heel zijn overgekomen. De kar van Simeon ziet er in ieder geval goed uit. Maar die kan je ook helemaal inklappen zodat het een plat pakketje wordt. De wielen zitten in de kar met tie-wraps vast. Als we het bolletjes plastic eraf hebben gehaald, is de kar in een mum van tijd weer klaar voor gebruik. De ligfietsen zijn wat meer werk. Over alle kwetsbare onderdelen hebben we ook bubbeltjes plastic gedaan. De trappers zijn eraf en het stuur hebben we op het zitje vastgemaakt en met opengesneden kartonnen dozen hebben we er een rijdende doos van gemaakt. Bij mijn fiets heb ik de ketting eraf gehaald wat als voordeel heeft dat de fiets heen en weer gerold kan worden. Bij Els haar fiets, waar de ketting nog opzit, kan de fiets alleen maar naar voren rollen omdat anders de ketting alles in beweging zet. Ze hebben alleen helemaal niet met de fietsen gerold, ze hebben alleen maar op lopende banden gelegen. Het verschil zit hem er wel in dat Els haar fiets ook zo in elkaar zat, maar dat ik de ketting van mijn fiets er weer helemaal omheen moet leggen. Met een ligfiets is dat altijd een rotwerkje omdat de ketting gemaakt is van 3 aan elkaar gezette kettingen die door buizen lopen. We begonnen met het uitpakken van de fietsen bij een bagage band die nog niet gebruikt werd, maar even later konden we al onze zooi verplaatsen naar een andere band. Toen we bijna klaar waren werd die band ook alweer in gebruik genomen dus hebben we het tussen de mensen afgemaakt. En natuurlijk heb je dan weer zo’n man die even tegen je spullen aan moet schoppen omdat hij te beroerd is om even met iemand anders rekening te houden. Voor 40 euro per enkele reis per fiets hebben we onze eigen fietsen op Rhodos, en kunnen we op zoek naar ons hotel, zo’n 8 kilometer verderop. Na 15 kilometer, over de weg, over het strand en door de tuin van het aangrenzende hotel zijn we eindelijk bij ons hotel.

Drie dagen lang gaan we ons als echte fietsers voorbereiden. Dat betekend slapen en stapelen. En waar kan je dat beter doen dan in een All-inclusief hotel. Ook als je veel hebt gereisd blijf je je uitdagingen zoeken, en wij hadden alle drie nog nooit All-inclusive ergens gezeten. Simeon geniet van het spelletje met de stokjes en balletje (mini-golf), de speeltuin en natuurlijk het zwembad. De eerste dag is het wel wat onwennig voor hem. Wanneer gaan we weg, waar is de tent. Voor Simeon stond vakantie gelijk aan in een tent slapen. Maar zijn eigen grote bed beviel hem ook wel. We moeten hem alleen weer ontwennen na deze dagen dat hij niet 3 keer op een dag een ijsje mag eten, Maar er is ook zo veel keuze, banaan, chocolade wit en ijsjes met de zelfde kleur als zijn roze knuffelkat rosa.

Twee borden met hoofdgerecht, en nog eens twee borden met allerlei toetjes, en dat twee maal daags, want ’s ochtends hadden ze jammergenoeg geen toetjes. De verleiding is wel erg groot om hier te blijven hangen. Als we om ons heenkeken kan je goed zien hoe lang iemand hier al verblijft; aan de maat van de buiken.

De eerste kilometers op de fiets gaan makkelijk. De weg loopt langs de kust, en is heel vlak. We kunnen er alleen niet lang van genieten, want we hebben het in ons kop gehaald om bergop te gaan. Op de kaart hadden we een mooie weg uitgezocht. Dat het een mooie weg is herleiden we aan de groene kleur van de weg. We hebben de weg alleen nooit gevonden. Veel wegen zijn hier nog onbestraat, en een klein kiezelpad heeft op onze kaart al de classificatie van weg. Met een fiets van 25 kilo, 25 kilo aan tassen, een kar van 13 kilo, een jongetje van 15 en nog 8 kilo fotospullen en nog eens 4 liter aan water is de optie van een grindpad niet echt een reële, we blijven lekker op het asfalt. Ik heb net een stukje over snelle en langzame spieren zitten lezen, en realiseer me dat dit de goede training is om mijn zwakkere langzame spieren te trainen. Als ik in het eerste dorp bergop aankom ben ik helemaal bezweet en voel ik mijn spieren omdat ik me uit de naad heb zitten fietsen. Dit is toch wel wat anders dan naar boven rijden met een 7 kilo wegend fietsje zonder bepakking. Simeon zit inmiddels aan een super groot ijsje als Els ook boven komt. Zij is zelfs bergop op een racefiets niet gewend, en rijdt alleen maar in de polder. Met een rood hoofd giet ze eerst een cola naar binnen, en na een half uur uitblazen bedenkt ze dat ze hier ook wel wil eten. Haar benen branden na iedere minuut helemaal weg waarna ze even moest lopen, of rusten. Tot een stijgingspercentage van 10% gaat het net, maar steiler mag Simeon uit de kar, en lopen we samen verder.

Toevallig komt er ook net een fietser langs in een wielertenue van “www.Wielertourist.nl” langs. Op zijn gehuurde mountainbike was hij ook een rondje aan het rijden, maar de weg naar Embona had hij maar niet genomen, dat werd te steil. Raad eens wat onze slaapplek van vannacht gaat worden.

De eerste dag eindigde ook met de eerste lekke band. In een band van de fietskar zit een grote doorn, die gelijk maar twee gaten in de band heeft gemaakt. Gelukkig is de volgende dag meer berg af dan op, maar het blijft nog steeds zwaar want het gaat natuurlijk niet gelijkmatig naar beneden, een stukje omlaag en dan weer omhoog totdat we weer helemaal bij de kust zitten, in Apolakia. Zover we naar links en rechts kunnen kijken zien we een uitgestrekt strand met helemaal niemand erop. Een zalig plekje om even uit te waaien en te zitten. Maar te veel wind en golven om de zee in te gaan. Via Katavia gaan we naar de oostkant van het eiland, en hoe verder we weer naar het noorden gaan, des te drukker het wordt. In Kiotari vinden we een lekker plekje aan het strand om een paar dagen te blijven. Simeon is weer de charmeur die in winkels lolly’s krijgt, en in ons hotel koekjes krijgt van de eigenares. “Hoe heet die mevrouw ook alweer”.. “Mevrouw Anna”. “O ja, ik ga even op zoek naar Mevrouw Anna. Mevrouw Anna ik ben hier!!.” Simeon is ook wel met thuis bezig. “Als we weer thuis zijn, in het huis met 1 WC”… in tegenstelling met dit huisje twee wc’s en twee douches. De wereld van het reizen is wel erg veranderd. Lang geleden, toen we net begonnen, bestond er nog geen internet, en plozen we postkantoren uit naar onze post in de afdeling post-restante. Nu zitten we met de laptop op het terras, en een wifi verbinding alsof we thuis zijn. We boeken online de boot-tickets naar de volgende 3 eilanden, en boeken ook gelijk wat hotels, zodat we niet hoeven te zoeken als we aankomen.

De weg naar Faliraki is erg druk. We kunnen gelukkig een stukje over de oude weg, waar niet zo veel verkeer meer overheen gaat, en die door een erg mooi gebied gaat. Weer terug op de grote weg wordt het nog rotter fietsen. Er wordt aan de weg gewerkt, en daardoor is er maar 1 rijstrook beschikbaar. Wij rijden met een gangetje van zo’n 20 km/uur en geen auto die ons inhaalt. We zijn ten eerste een curiositeit op de weg, en daar wordt even goed naar gekeken. Maar de meeste auto’s zijn huurauto’s waarvan de bestuurders het idee hebben dat ze een bredere auto rijden dan dat ze hebben gehuurd. Onderweg nog een speeltuin en even de zee in, en zelfs een stuk op een heus fietspad. Het jammere van een fietspad is dat ze geen idee hebben hoe ze zo’n ding moeten laten eindigen, dus stopt ie ineens. De meeste fietsers hier komen toch niet verder dan het stuk langs het strand. Voor Simeon zijn de dagen toch wel erg vermoeiend, en moeten we goede rustdagen inlassen. Dus de volgende 2 dagen blijven we in Faliraki. Het massa-tourisme in Griekenland begon op Rhodos, en ik denk dat het Faliraki was waar het meeste massa-tourisme is neergezet. We zitten gelukkig buiten het uitgaans leven, maar een stuk verder loop je tussen de hotels in King-Arthur stijl, Flinstones of staat er een giraffe op het dak. Hier staan ook de mega grote hotels. Ons hotel is maar bescheiden met een klein zwembadje, dat groot genoeg is om te kijken waar dat gat in mijn binnenband zit.

We hebben heel Rhodos via de kustweg gereden, en zijn klaar voor het volgende eiland. Hoe dichter we weer bij Rhodos stad kwamen, hoe drukker het wordt. Gisteren zijn we met de locale bus al naar de stad geweest. Het woord locale bus heeft altijd een magische klank. De bus stopt iedere 200 meter om weer toeristen vanuit een groot hotel op te pikken. Het schoot maar niet op voordat we er waren. Met deze ervaring dachten we dat het best een lang stuk was, en we rijden al vroeg weg naar de boot. Maar als je niet bij ieder hotel hoeft te stoppen ben je er zo, en brengen we de rest van de tijd op het strand door. Met Blue Star varen we in twee en een half uur naar met een bijna lege boot naar het eiland Tilos, zo’n 30 kilometer verderop. De overtocht kost 24 euro voor 2 personen, Simeon en de fietsen gaan gratis mee. Aan boord besteden we nog eens dat bedrag aan koffie, een muffin en Toblerone chocolade, dat we om een of andere reden alleen maar kopen als we ons moeten verplaatsen.

We gaan van de boot af op Tilos. Livadia is een klein schattig havenstadje, waar we 200 meter van de haven, praktisch aan het water, ons hotel hebben. Onze kamer in het Ellibay hotel kijkt uit op zee, alles is perfect schoon, een idillisch kamertje met een bed met klamboe, dat er zo mooi uitziet….. maar klamboe beteketd ook… muggen. We zijn al eens een hotel ontvlucht nadat Simeon helemaal lek gestoken is door honderden muggen, dus we zijn nu wat huiverig. Gelukkig bleef het deze nacht beperkt tot een paar van die “rotzakken”, zoals Simeon ze noemt.

De volgende dag gaan we op pad naar een spookstadje dat drie kilometer verderop ligt. Dat klinkt als een lekker ontspannen ritje, maar de eerste anderhalve kilometer gaat met 10% omhoog, daarna een klein beetje omhoog, om onverhard naar het stadje te gaan. Voor Els wordt het voornamelijk een wandeltocht, en het onverharde stuk lopen we met z’n drieen. Tilos is een prachtig wandeleiland, met mooie wandelpaden langs diepe afgronden, en onderweg een kaarsje aansteken in 1 van de vele kerkjes.

Het weer is wat slechter geworden, maar de regen en de wind houden ons niet binnen. Het lijkt erop dat als het mooi weer is we heel de dag bij het hotel blijven, en bij minder weer we erop uit trekken. Aan de andere kant van Tilos, staat een klooster waar we naartoe gaan. De tocht begint weer met de gebruikelijke wandeling op het steile beginstuk. Maar daarna is het weer overwegend naar beneden om in een klein haventje aan de andere kant van het eiland weer op zeeniveau te zitten. Er komt net een vissersboot aan, en we schuilen voor de regen in een restaurantje om het een en ander gade te slaan. Ook hier gaan weer wat handen door Simeon zijn witte krullen, en wordt hij opgepakt zodat hij in de vissersboot goed naar de vissen kan kijken. Simeon vind het wel spannend, maar snapt het nog niet helemaal; “Vissen, die kan je toch niet eten..”. De wind wordt steeds harder, en we moeten nog een paar kilometer. Dit blijken wel de steilste kilometers te zijn, en met de wind tegen. De regen in het gezicht doet soms pijn, en de benen branden weg. Op het lichtste verzet haal ik met moeite 5 kilometer per uur, en als de snelheid op 3 kilometer per uur komt is het sneller om de fiets te gaan duwen. Doorweekt en moe komen we in het verlaten klooster aan, en maken we ons klaar voor de 15 kilometer terug.

 

De ferry brengt ons weer naar het eiland Nisyros. Na het lekkere ontspannen Tilos is dit wel even wennen. We komen in het donker aan en alles voelt wat groter. Bij daglicht is alles toch weer wat vriendelijker. Ook hier worden we weer nagekeken op onze ligfietsen, en hebben de meeste mensen niet eens door dat er nog een kind in die kar zit. Het vreemde van nu 2 weken fietsen is dat buiten een snelle “I like your bike”, of “This is the first time I see a bike like that” niemand een praatje komt maken over de ligfietsen. Een keer was een amerikaan erg geinteresseerd, maar het duurde even voordat we doorhadden dat het niet over de ligfietsen ging, maar over de kar waar Simeon in zit. Maar bekijks hebben we dus genoeg als we door de zeer smalle straatjes van Mandraki rijden. Nisyros is een vulkaan die miljoenen jaren actief is geweest, en net als wij even langskomen is ie net een paar duizend jaar niet meer actief. Het blijft nog een droom om een actieve vulkaan te zien, maar deze is wel een mooie dode. Het is wel een mooie en weer zware tocht naar de vulkaan. Natuurlijk is het weer een regen dag. Simeon zit droog in de kar, maar wij staan te schuilen onder een olijfboompje, en deze bomen staan niet bekend om hun dikke bladerdak. Gelukkig is de stortbui na een uurtje over en wringen we onze shirts uit en fietsen we verder. Aan de rand van de vulkaan begint de afdaling, de vulkaan in. Dit wordt de tweede keer dat we IN een vulkaan zijn, de andere keer was met een boot op Deception Island op Antarctica. De weg gaan steil omlaag (shit dat moeten we dus dadelijk weer omhoog) en beneden aangekomen is de vulkaan vlak en groeien er boompjes op de vruchtbare grond. Het is nog een klein stukje fietsen naar weer een krater in de krater van 300 bij 200 meter waar het goed naar zwavel ruikt. Door de oponthoud van de regenbui zijn zijn we ingehaald door de dagtochtjes die inmiddels ook alweer vertrokken zijn. We lopen helemaal alleen rond in deze indrukwekkende wereld van geel en groene afzetting, borrelende modder en gaatjes waar stoom uit komt. Op Simeon had het helemaal een indruk want in zijn slaap roept ie iets over “Volkaan, Volkaan”. Afdalend terug naar het hotel ziet Simeon weer een gedenkshuisje aan de kant van de weg en roept “Als ik iets moois ziet moeten rullie wel stoppen.”, Ik beloof voortaan te stoppen, maar ga nu echt niet terug, weer die berg op. Terug in het hotel rusten we uit in het geotermische zwembad van ons hotel. Simeon vind het reuze interessant dat dit water is uit de vulkaan waar hij net in is geweest.

Op Nisyros leven we erg goedkoop. We moeten hier 3 dagen rondkomen van 50 euro doordat het enige werkende pinautomaat op het eiland geen van onze pasjes lust, en de bank ook gesloten is. We refunden onze boot ticket van een avond boot voor een ochtend boot en beloven het hotel dat we het geld overmaken als we in Nederland zijn. De nieuwe boot is veel kleiner dan de andere. 3 auto’s en een vrachtauto kunnen er met veel gepas op. Met deze boot komen we wel dicht bij het vliegveld uit. We zitten weer drie nachten in een All-inclusive hotel. Deze is wel een stuk duurder dan de vorige, maar dit is dan ook een 5 sterren all-inclusive hotel. Voor 62,50 euro per dag (die op rhodos was 60 euro en maar 4 sterren) leven we drie dagen in een afgezonderde wereld. We moeten nog even moeite doen om die wereld in te komen, want om het complex van 3 all-inclusive hotels zit een groot hek en de poortwachter gelooft niet dat we hier moeten zijn. “Jullie komen een vriend opzoeken?”, Nee we hebben hier een resevering. “Ga dan daar maar even staan”. Dit is niet echt iets maar ik goed tegen kan, ik voel me gediscrimineerd, maar Els weet het te regelen en we kunnen verder. Na een dag regen komt gelukkig weer een dag van zonneschijn. Vooral Els heeft moeite om een regendag door te komen. Er is hier niets te doen als het geen mooi weer is, en het is zo ver van Griekenland vandaan. Een dag met alleen maar regen ben je nergens vrolijk als je op fietsvakantie bent. Simeon heeft het alweer snel naar zijn zin, en is alweer helemaal aan All-inclusive gewend. Alleen willen zijn ouders ook nog wat opvoeding doen, wat ie niet zo goed begrijpt. “Waarom krijg ik geen toetje, hier liggen maar twee dingen op.” Bij mooi weer is iedereen weer blij. Simeon is helemaal gek van de grote waterglijbanen, en staat tussen de oudere kinderen in de rij om alleen naar beneden te gaan. Wat deed je daar; “Ik ging op mijn buik, vinden rullie dat goed?”

Om 5:30 gaat de wekker. De laatste dag wordt de eerste dag dat we in het donker rijden. 3 weken hebben we onze grote fietslampen bij ons, en nu dat we ze nodig hebben is een set batterijen leeg doordat Simeon er mee heeft gespeeld. Zonder straatverlichting, in het pikke donker, met maar een koplamp wil Els de binnendoorweg naar het vliegveld nemen want die gaat ongeveer daarlangs. Ik merk wel dat ik de minst avontuurlijke van de drie ben, en gelukkig stemt Els toe dat we de hoofdweg nemen. Op deze weg staan gelukig nu en dan een lantaarnpaal en een bord waar het vliegveld is. Op het vliegveld gaan de schuifdeuren voor ons open, en ik kan zo de vertrekhal inrijden. Iedereen zit geamuseerd naar ons te kijken als we de fietsen uit elkaar halen, behalve de schoonmaaksters die hun vloer al vies zien worden. Als eerste zijn we weer op het vliegveld, en als laatste checken we in.