2011 – (13) Zuid-thaise eilanden

Vorige Volgende

“Ik mis Boedha zo !”, dat komt mooi uit, Simeon, want we vliegen weer naar Bangkok.
“Gaan we nu weer naar Bangkok! Ik wil niet naar Bangkok! Daar ben ik al zo vaak geweest.”
Simeon herkent al het metrostation, “Hier zijn we met Opa geweest” en weet ook wat hij wil eten “Dat had ik de vorige keer ook hier”. Gelukkig voor onze wereldreiziger gaan we van het vliegtuig gelijk met de metro naar de nachttrein naar Trang, dan minibus en een volgepropte speedboot. 31 uur later zitten we op Koh Lipe in de Andaman-zee. Het grote verschil met Vietnam is dat Thailand veel kleuriger is. Vietnam was grauw doordat de rijstvelden geoogst waren, en grijs door de smog van het verbranden van die velden.

Het is bijna 12 jaar geleden dat we ook aan de Andaman-zee zaten, maar dit is een ander eiland en een ander land. Hier beseffen we hoe bijzonder de Andaman eilanden 12 jaar geleden waren. Van eiland naar eiland gingen we daar, een hangmat tussen de bomen was onze verblijfplaats, en de rugzak en zak met eten hoog in de bomen zodat de heramietkreeftjes er niet bijkonden. Rollend uit de hangmat waren we gelijk op ons prive strand met ons prive koraal. Die plekken zijn bijna niet meer te vinden, dus moeten we het doen met de NeXT best thing. We hebben ons voorgenomen om niet na aankomst op het eiland uit vermoeidheid meteen het eerste hotel te nemen, dus stranden we in het tweede hutje aan het strand van Sunrise beach. Al snel merken we dat we een mooi plekje hebben, want voor de deur komen veel mensen hun ideale vakantiekiekjes maken. Wij zitten vanaf ons terras als de twee oude mannetjes op het balkon van de muppets, Statler en Waldorf, commentaar te leveren op iedereen die voorbij loopt.

De eerste twee dagen hebben we precies 200 meter van het eiland gezien. Van ons hotel tot het Sunrise restaurant dat ernaast ligt en het strand ervoor. Het wordt toch eens tijd om onze wereld wat groter te maken, dus lopen we het eiland rond. In onze kokon waar we verbleven hadden we het gevoel gekregen dat het wel heel erg meeviel hoe druk het op het eiland was. Maar op de weg naar het Pattaya strand merken we dat het steeds drukker wordt. Een onafgebroken keten van duikscholen, bakkerijen, restaurantjes en hotels leidt ons naar een heel mooi breed en wit strand. Via het Sunset strand met het aanlokkelijke Porn Hotel lopen we via de andere kant van het eiland weer terug. Daar wordt er flink gebouwd in de nieuwe groeikern en komen we in het dorp van het eiland terrecht waar veel mensen zitten die niet hebben kunnen profiteren van de toeristenstroom. We hebben het eiland gezien, en gaan weer lekker terug in onze cocon.

Tientallen meters loopt de zand door in de ondiepe zee, met nu en dan een stukje koraal. Het wordt maar niet dieper van anderhalve meter tot de twee onbewoonde eilandjes voor de kust. Op het strand maken we een zeekat en twee schildpadden en een zeedraak van zand en we zwemmen weer terug. Simeon, hier zit nemo onder water, zet je duikbril eens op. “Die heb ik al gezien, ik blijf lekker boven water.” Na jaren hebben we de kunst van het nietsdoen onder de knie. En het bevalt ons heel goed.

Op 5 december weet een in thailand gestationeerde piet ook Simeon op een eiland te vinden voor een laatste schoencadeautje. De Sint heeft de andere cadeaus zolang bij zijn neefjes gebracht zodat die erop kunnen passen. Als het pakje open is gemaakt daan we met de boot van Forra Diving voor Live aboard op weg. We zouden nog best wat langer op het eiland willen blijven, maar de boot gaat maar 2x per maand. De Live aboard boot vaart in 6 dagen van Koh Lipe naar Pukhet, wij gaan vier dagen en vier nachten mee.

Els heeft het nog een paar keer overwogen maar besluit uiteindelijk om niet te gaan duiken. Jammergenoeg ligt de nadruk van de boottocht op het duiken en zijn er maar weinig mogelijkheden om mooi te snorkelen. Bijna iedereen is 4 uur per dag onder de waterspiegel. Als iedereen boven water is moeten de duikspullen klaargemaakt worden, voorbesprekingen gedaan en vooral uitgerust worden. Als dit ook nog eens gebeurt op open zee zijn sommige dagen voor Els en Simeon erg saai en lang. Gelukkig heeft Simeon de laatste twee dagen nog een frans vriendinnetje van bijna 3. Er was zelfs sprake van prille liefde want toen Simeon een stuk koraal vond in de vorm van een hartje zei hij gelijk “Die is voor Alice”. Voor Arjan zijn het in 4 dagen de 15 mooiste en afwisselendste duiken die hij ooit gedaan heeft.

We moeten bij een restaurant verzamelen, en met een longtail boot worden we naar de boot gebracht. Het is voor ons nog wel onduidelijk waar we nou allemaal naartoe gaan en hoe lang iedereen aan boord blijft. Arjan krijgt als Divemaster (DM) Brad die als motto heeft “Feel the Fear & Do it anyway!!”. Als eerste duik gaan we gelijk naar 30 meter, het water is troebel en bedwelmd door de diepte zie ik opeens Brad en mijn buddy snel wegzwemmen. Als ik erbij ben zie ik boven ons de het logo van de duikschool, maar dan in het echt. We zwemmen onder een meters grote manta-rog en vol ongeloof sta ik ernaar te kijken of het allemaal wel echt is, en in een paar slagen is hij weer weg. “It doesn’t happen every day” is de onderschrift van de duikschool, en terug aan boord zijn we alledrie door het dolle heen, want “it happened to us!”

Het zicht is niet altijd goed. De ondergronden zijn heel wisselend. Op zommige stukken lijkt het alsof je in een woestijnlandschap aan het duiken bent, met een zandstorm. Op andere stukken is weer zoveel leven en voeding dat daardoor het zicht beperkt is. Soms is het weer heel helder, maar moet je de duizende vissen aan de kant pesten om de rotsen erachter eens te kunnen zien. Ook op de rand van de thermacline is het troebel, doordat de twee temperatuurslagen daar met elkaar vermengen. Het is wel een vreemde gewaarwording dat in een meter hoogteverschil de temperatuur opeens 5 graden hoger wordt.

Er is een nachtduik die Arjan overslaat. Na 6 uur op een onrustige open zee wil hij zeeziek alleen maar slapen. De andere drie nachtduiken zijn weer heel spannend. Omdat er te weinig zaklampen aan boord waren neem ik de zaklamp mee die els tijdens het snorkelen had gevonden. Het heeft alleen niet zon uitgebreid kleurenspectrum, en is niet zo sterk als van de anderen zodat de duik nog wat spannender is. In de nacht zie je weer hele andere dingen dan overdag. Door de zaklampen is alles ook veel kleurrijker omdat overdag rood het eerste gefilterd wordt door het water. Vissen zoeken een plek om te slapen, andere hebben al een stuk koraal gevonden om op te liggen of zich in te verschuilen. Merce, mijn spaanse DM, vind een spaanse danser maar die krijgen we niet aan het dansen. Een lion fish lig stil en doet alsof hij een mooi plantje is. Centimeter voor centimeter komt hij dichter bij zijn prooi en neemt hij in een flits een hap. Een baby lion fish doet ook alsof hij een plantje is, maar dan om zelf niet opgegeten te worden. De baracudas zijn in groepen op jacht. De morenen, krabben en kreeften wachten verscholen af wat er bij hun voorbij zwemt. Een klein moreentje durf ik nog wel een zoentje op mijn vinger te laten geven, maar de grotere exemplaren zijn 2 meter lang en nemen meer genoegen met een hele hand. Van onder de rotsen kijken honderden kleine rode oogjes van garnalen naar buiten wat er allemaal gebeurt. In het donker gaan we een nog donkerder gat in, om aan de andere kant er weer uit te komen. Opeens zie ik een lamp minder om me heen, we zijn iemand kwijt, en nog een, totdat ik niemand meer zie. Dan opeens snap ik het en doe ook mijn licht uit. Bij iedere beweging die we in het water maken blijft een spoor van lichtjes achter. Het fluoriserende plankton geeft een mooi afscheid aan de duik.

Vanaf de oppervlakte gaat een touw recht naar beneden. 5 meter, 10 meter, 20 meter en ondertussen is er niets te zien dan alleen maar blauw om je heen. Nog verder afdalen en op 40 meter komen we eindelijk bij het einde van het touw, dat vastzit aan een enorm groot schip. Door het troebele water is jammergenoeg het schip als geheel niet te zien. We zwemmen langs het schip, en af en toe een stukje onder een stuk schip. Grote vissen zwemmen om ons heen, en ook weer groepen baracudas en veel lion vissen die sierlijk dansen in het water. Dan krijg ik opeens jeuk aanmijn arm, en zie allemaal rode bulten op mijn linker onderarm verscheinen. Shit zijn dat stikstof bellen door de diepte, nee dat kan pas als je van grote diepte te snel opstijgt. Ik ben te pakken genomen door wat kwallen of een soortgelijke beest. Weer op de boot snel Basalmico azijn erop zodat het kan genezen. Er is geen gewone azijn want dit smaakt veel lekkerder.

Het is niet alleen etenstijd voor de vissen, maar het is ook wel eens schoonmaaktijd. Van een groepje vissen doet er een voor een zijn bek open, en een ander visje zemt naar binnen om de bek algenvrij te maken. Achter is een ander algenetertje de rug aan het schoonmaken, en dan is de klus weer geklaard, volgende. Een driftduik is niet Arjans ding. Met de stroom meedrijven en ondertussen kijken wat er allemaal gebeurt. Twee slagen en ik ben weer een stuk verder dan de anderen, en als ze dan weer wat bijzonders zien tegen de stroom inzwemmen om ook te kunnen kijken. Helemaal opgewonden maakt Merce gebaren dat we heel snel bij haar moeten komen. “Kijk daar, Nee DAAR!!!!” en we zien een slakje van nog geen centimeter groot. Als je al heel lang duikt wil je steeds het meer bijzondere opzoeken. Bij Merce is dat het kleinere geworden, de rest raakt opgewonder als we opeens in de verte een maanvis zien. Het is wel een erg grote maanvis, en erg snel, en dan draait hij zich om en zien we de lange puntige staart, de witte buik en de grote bek van een Manta. Even later zien we hem nog eens.

Ik had Merce verteld dat ik een voorliefde heb om in grotten te gaan. Arjan is wel eens 24 uur onder de grond geweest, en hij wilde het ook zo graag met duiken doen. Dat hoef ik Merce maar een keer te vertellen, en bij de volgende mogelijkheid gaat we een spleet in. Omdat dat goed ging gaan we steeds een stukje verder, een langere gang in, halverwege is er een blauw gat naar boven, maar we gaan nog verder. Doordat er geen zon kan komen is het gelijk een levensloze omgeving. De moeilijkheid met het duiken is dat je heel goed uitgebalanceerd moet zijn, , de gaten zijn net iets groter dan dat je zelf bent en als er maar iets blijft steken duurt dat even voordat je doorheb waarom je niet meer vooruit komt. Omkeren of achteruit is helemaal niet mogelijk. En nog een keer een lange gang in, en aan het einde blijven we 3 minuten hangen en dan naar boven een onderaardse hal in. De regulators inhouden omdat we niet weten hoeveel lucht er is, en wat de kwaliteit is en dan weer omderwater de gang uit.

De meeste duiken doen we met het zelfde groepje. Een heel klef italiaans stel dat boven water continu aan elkaar zit zwemmen onderwater ook het liefst hand in hand. Ze duiken met grotere flessen omdat bij zoveel hartstocht er ook meer zuurstof verbuikt wordt. Jan, de andere duiker is een ervaren duiker die iedere vakantie 3 weken onder water zit. Dan is er nog Merce de duik instructeur en manuel, een dive master in opleiding. Aan het einde van de duik is Arjan de gene met de minste zuurstof, en gebruik hij Merce haar reserve regulator zodat we allemaal net zo lang onder water kunnen blijven. Als we weer boven water zijn vraagt Merse Wat schrijf je toch allemaal in je logboek? “Hier staat bijvoorbeeld dat het beter gaat met mijn luchtverbruik maar ik vertel dat ik nog maar 50 bar heb zodat ik gezellig aan Merce haar reserve mondstuk kan hangen.”

De mooiste plekken met het meeste leven zitten bij de koraal vlaktes. Grote velden paars gekleurd zacht koraal en dan weer de gele variant. Tegen de rotsen aan liggen grote blauwe, witte en soms een rode zeester en dan weer een groot veld met anamonen en de clownvissen die hun anamoon beschermen. En er zwemmen inmens veel verschillende soorten vissen.

Na een volle dag op open zee gezeten te hebben wil Els zo snel mogelijk naar het strand op het eiland waar we bij voor anker gaan. Eindelijk ziet ze ook weer wat van de zeebodem, maar na 10 minuten is ze alweer terug en wil dat Arjan gaat snorkelen. “Heb ik daar om de hoek nou echt haaien gezien!” Het zijn inderdaad drie baby Blacktip Reef Sharks die vierkantjes aan het zwemmen zijn. Dit is het plekje waar Els van gehoopt had dat we dit iedere dag zouden hebben. De eilandjes zijn ruige rotsen die steil uit het water rijzen en worden wel de thaise versie van Halong Bay genoemd. We hebben ervoor gekozen om niet naar Halong Bay in Vietnam tegaan zodat we meer tijd in de bergen hadden. Nu zitten we op een soortgelijk plekje, maar in plaats van met honderden bootjes zijn we het enige schip in de omgeving. We wisselen voor vanacht met een frans stel onze hut voor eenplekje op het dek, en met z’n drieen slapen we onder de sterrenhemel.

Maia bay is beter bekend als “The Beach” waar de verfilming van het boek van Alex Garland is opgenomen. Na een snel bezoek aan Koh Phi Phi varen we tegen de grote stroom bootjes in om bij een bijna verlaten baai aan te komen. Er is een smalle doorgang naar de lagune dat in de film digitaal dicht is gemaakt. Om de lagune zijn stijle pieken waar de volle maan net boven staat. Met de volgboot worden we naar het strand gebracht waar we de laatste avond van de “Live Aboard” vieren. De ogen zijn nog niet helemaal aan de nacht gewend, en Els heeft haar moment in het ondiepe water met Leonardo. Als de ogen wel gewend zijn, loopt ze gelukkig voor Arjan niet gelijk hard weg. Arjan bekijkt de baai in het donker nog onder water en laat gaan we rustig slapen. De volgende ochtend worden we vroeg gewekt door opstarten bootmotoren, en de droom van The Beach is weer voorbij. We worden om half zeven in de morgen op Koh Phi Phi gedropt, en we moeten bedenken wat we nu verder moeten. Koh Lanta, Koh Kradan, Koh Nghai overwegen we, maar Simeon weigert vandaag nog op een boot te stappen, dus blijven we op Koh Phi Phi. We willen wel weg van de drukte van de haven, en varen toch met een langtail boot naar de andere kant van het eiland. Na vier dagen op een boot is het vaste land ook niet meer zo vast en het lijkt of we nog alle kanten op bewegen. Omdat dit Koh Phi Phi is, is de kamer drie keer duurder dan normaal. Het business model van dit soort hotels is om iets nieuws neer te zetten , alleen het hoognodige onderhoud eraan te doen, ieder jaar wel de prijs flink omhoog totdat het huisje instort en er wat nieuws neergezet kan worden.

Na een dag gaan we nog een strand verderop naar een soortgelijk mooi plekje maar dan voor een derde van de prijs. Op het strand rennen we achter de honderden hardren-krabben aan die maar niet gevangen willen worden , en als we er dan weer een hebben, brengt Simeon hem terug naar de zee.

Van dit strand proberen ze alleen een meer party strand te maken, en zo belanden we op de slechts bezochte Full moon party in tijden. Alle soorten muziek wordt hard op het strand gespeeld, er is een gast die met vuur speelt en natuurlijk een volle maan. Maar de enige aanwezigen zijn wij en nog een paar die in het restaurant zitten. Deze Full moon party krijgt een vreemde wending. Els is even op het strand uitblazen van haar opvoedkundige frustraties en komt terug lopen met de vraag of de maan net toch vol was? Er is nu noch maar een halve maan, en hij wordt steeds kleiner. Blijkt dat we bij toeval bij de Full moon party terecht zijn gekomen met een volledige maansverduistering. De muziek stopt abrupt als Arjan kortsluiting maakt, en om tien uur kunnen we toch rustig gaan slapen.

Vanaf ons huisje op het Rantee strand gaan we steil omhoog door de jungle in naar het uitzichtpunt. Hiervandaan is duidelijk te zien dat Phi Phi eigenlijk twee eilanden zijn verbonden met een lage smalle landstrook. Het is een prachtig eiland. Als we weer steil naar beneden naar de lage verbindingsstrook lopen is het abrupt drukker. Het is hier vol hotels, supermarkten, duikscholen en winkels. Dit zijn van die eilanden waar je niet van het gewone uit kunt gaan. Een blikje drinken is in een restaurant goedkoper dan in de supermarkt. De prijzen per in de verschillende restaurant verschillen met alles goedkoop eten en duur drinken, of net weer andersom. We zijn het weer zo zat dat wij altijd weer tegen het gezeik op zo’n net iets te toeristisch eiland aanlopen. Als Els een broodje Tonijn terugstuurt omdat het echt heel oud brood is, wordt ons verteld dat ze geen vers brood hebben. Geen probleem dan eten we allebei Pad Thai, en het broodje nemen ze terug. Als de rekening dan komt, staat het broodje Tonijn er wel op. Het broodje wordt van achter de toonbank gehaald en er wordt gevraagd: “Maar waarom heb je dan het broodje besteld”, Ja omdat Els dat wel lekker leek. Maar het was niet vers. We willen gewoon de rest betalen, maar niet voor dat hele oude broodje. Daar zijn ze het niet mee eens, dus Arjan roept Els en zeg dat we gaan, we betalen helemaal maar niet. Als we weglopen en in de straat zijn worden ze gelijk link. Er wordt met een bord op de grond gesmeten, aan Els wordt getrokken en geknepen, en Arjan zorgt ervoor dat ze van Els afblijven. We halen de politie erbij! Dat vinden wij eigenlijk wel een heel goed idee, maar dan hoeven we het broodje toch niet te betalen. Maar nu wil Arjan een korting omdat hij zo behandeld is, en betaalt ook het gerecht niet dat Els in plaats van het broodje heeft genomen, en we kunnen verder lekker “rustig” gaan shoppen. de taxiboten willen ons niet terug naar ons strand brengen, omdat ze met kortere ritjes meer verdienen. Na weer de berg overgelopen te zijn komen we bezweet in ons hotel aan en koelen lekker af in de zee. Om rustig de laatste dagen door te komen verlaten we ons strand niet meer. We willen deze reis afsluiten met rust en niet met dit soort gezeik. Gelukkig zijn ze in ons hotel ook totaal anders, Simeon wordt extra verwend, en ook wij krijgen af en toe wat extras toegestopt. Terug aan de wal zijn we gelijk terug in thailand, waar alles weer goedkoper is en het eten lekkerder (Thaiser) smaakt.

Het voelt als een hele lange terugreis. Over vijf dagen zijn we pas weer thuis, maar we zijn er al heel erg mee bezig. Met de trein naar Nankhom Pathon en dan door naar Kanchanaburi waar onze fietsen nog staan. Alles inpakken en deze reis afronden. We zijn ook alweer met thuis bezig. Welke internet provider, televisie, telefoon, ziektekostenverzekering en wat gaan we anders doen met ons leven. We hebben ook weer heel veel zin in ons nederlandse leven. Wij reizen nooit omdat we het in nederland niet leuk vinden. Wij reizen omdat we dat ook leuk vinden, en vaak waarderen we nederland des te meer als we op reis zijn. Trainingsschemas worden bedacht, goede voornemens gedaan maar we moeten nog vijf dagen. En dit allemaal als het Thaise landschap aan ons voorbijglijdt, hobbelt en schudt in de laatste trein van deze reis. Nankhom Pathon is de plek waar we na Maleisie in thailand aankwamen. Maar nu hoeven we geen fietsen uit te laden, we gaan ze weer ophalen. Zo is alles weer als een cirkeltje rond, maar dat komt er ook van als je in lussen rondreist.

Er gingen diverse scenarios door mijn hoofd hoe de fietsen eruit zouden zien. Kanchanaburi was waarschijnlijk de beste plek om onze fietsen achter te laten in Thailand. Het heeft er niet zo veel geregend, en alhoewel ze wat stoffiger zijn, kunnen we er gelijk weer op wegrijden. We gaan ook een ochtendje fietsen naar een grottentempel waar we drie maanden geleden tot de hoek ervoor waren gekomen. We dachten het toen niet meer te vinden, en het was ook ver zat toen na de hondenbeet van Els. De heuvel die we nu nog op moesten zou ons toen ook wel hebben afgeschrokken. Na drie maanden niet meer gefietst te hebben is deze heuvel een zware beproeving. Onze benen branden weg en we moeten boven weer op adem komen.

Het is erg fijn om de laatste dagen in Kanchanaburi te zitten. We hoeven hier dus helemaal niets te doen, en dat doen we dan ook niet. We zijn echt moe, en Simeon is merkbaar gespannen dat dit de laatste dagen zijn. “Ik vind het fijn om naar huis toe te gaan, maar ik ben ook een beetje verdrietig dat we hier weggaan.” Simeon valt nog steeds in de smaak bij de dames van het hotel, en we herkennen natuurlijk iedereen die er werkt alsof we al een beetje thuis zijn. De twee schoonmaaksters, de een mist een voortand en de ander heeft er maar 1, maar samenhebben ze precies een volledig gebit. De twee ouderen die altijd zitten te eten en die wij als eigennaren van het hotel hebben bestempeld, maar we hebben we nog nooit wat zien doen. Omdat we net van de schreeuwend dure eilanden afkomen, vinden we het nu helemaal geen probleem om iedere dag een latte te drinken in het restaurant. Drie maanden geleden dachten we er niet aan om anderhalve euro voor een bak koffie te betalen, nu denken we dat dat erg goedkoop is. Er moeten ook wat praktische zaken geregeld worden deze laatste dagen. Het is midden in de winter en er is hier geen snowboot voor Simeon te vinden. Uiteindelijk vinden we een paar gympen, zodat hij niet op sandalen de winterkou tegemoet moet. De fietsen moeten ingepakt worden, maar bubbeltjesplatic is niet te vinden. Arjan denkt creatief en komt aanzetten met een stapel foam bakjes, waar je afhaalmaaltijden in kunt doen. Samen met een hoop plakband, karton en plastic zakken pakken we de kwetsbare delen van de fietsen goed in. Als afsluiting van de reis laten we ons helemaal verwennen. Eerst een gezichtsbehandeling zodat we helemaal schoon en vredig kijken , en erna nog een thaise massage waarbij de vredige blik steeds weer wat wordt afgebroken als er weer een paar spiergroepen worden gevonden. Het busje van het hotel is groot genoeg om onze fietsen in te zetten, en vanaf Kanchanaburi worden we naar het vliegveld gebracht.

 

Vorige Volgende