2011 – (06) West-Thailand.

Vorige Volgende
{"autoplay":"true","autoplay_speed":3000,"speed":300,"arrows":"true","dots":"true"}

“Die fietsen kunnen niet op de trein, die zijn te groot” wordt me door een verder geen interesse tonende vrouw achter de balie verteld. “Alleen kleine fietsen kunnen op de trein”. We vragen ons af wat kleine fietsen zijn, niet iedereen reist met fietsen zoals die van Simeon. Het is altijd spannend als de regels niet duidelijk zijn. Maar stap voor stap, eerst zorgen dat de fietsen het perron op kunnen. “Ik kan de fietsen kleiner maken, maar pas op het perron”, en we mogen verder naar perron 2. We halen eerst alleen de vlaggen eraf, maar als de trein er staat komt een conducteur me vertellen dat het voorwiel eruit moet. Simeon zijn fiets kan onder de stoelen bij de tassen, en de fietsen zetten we vast op het balkon. Bij de grens moet iedereen uit de trein. We hebben natuurlijk weer de verkeerde rij bij de douane, en als laatste staan de stempels in ons paspoort. Terug bij de trein zien we dat er allemaal wagons bij gezet zijn, en de fietsen zijn verplaatst in een cargo wagen. De conducteur maakt even een rekensommetje, en voor 12 euro kunnen ze het hele traject mee. Vanaf dat we de trein om 14:20 wil Simeon slapen, en om 20:00 gaat eindelijk zijn wens in vervulling. Hij loopt te stuiteren dat hij in het stapelbed mag liggen, net als Mark en Olav in de caravan. Met touw maken we een net aan het gangpad zodat hij er niet uitkukelt, en verder slaapt hij het beste van iedereen.

We hebben kaarjes voor Bangkok, maar aan boord regelen we dat we er een station eerder uit kunnen. Nankhon Pathon is een halte voor bangkok. De trein stopt er maar heel kort, vijf keer controleren of we echt alles hebben, en dan rennen naar de cargo wagon, en gelukkig de fietsen zijn er ook uit. We worden helemaal blij als we de plaatselijke Chedi, de thaise naam voor een stupa, zien, en het is gelijk de hoogste chedi van de wereld. Alhoewel Simeon goed heeft geslapen, voelt Arjan opeens een jongetje in elkaar zakken op zijn nek als we een restaurant aan het zoeken zijn. s nachts wordt Simeon wakker van de honger, en hij heeft er niets van gemerkt dat hij in het restaurant naast ons heeft gelegen op een bank.

De eerste fietsdag in Thailand begint fantastisch. Bij een kraampje aan de kant van de weg kopen we cocosmelk poffertjes voor ons ontbijt. In het straatbeeld heel veel monniken, gekleed in oranje met een grote schaal bij hen, die hun ronde doen om bedelend het eten van de dag binnen te halen. Als we dan echt fietsen zitten we eerst nog in een lange optocht van kinderen met thaise vlaggen en trommels die op weg zijn naar een koninklijk paleis. Na al mijn gemopper op de Garmin kaart van Maleisië, is de kaart van Thailand een verademing. We hebben een route gemaakt van alleen maar kleine weggetjes, en zelfs de planken over de slootjes staan erop. In Maleisië konden we de borde op de straten lezen maar snapte we niet wat er stond, hier in Thailand snappen we al niets van de letters. Ieder huis heeft een huistempel dan aan de kant van de weg staat, en zelfs de spoorwegovergang heeft zo n huistempel. Na 25 kilometer komen we in Ban Pong. Een groot bord meldt ons dat het “City of friendly people” is.

De hoofdweg naar ons geplande hotel gaat over een grote snelweg. Helemaal in de stemming van de kleine weggetjes, en gewapend met een goede kaart proberen we op een andere manier naar het hotel te komen. Niet altijd zie je goed of een weg doorloopt, soms staat midden op een pad dat doorlopend leek toch een huis. Arjan en Simeon zijn al fietsend snel gedraaid en wachten iets verderop in de schaduw, maar Els doet er op de ligfiets meestal iets langer over. Ze moet even wat rechter zitten, sturen en weer liggen. Als ze klaar is om te vertrekken komt een hond, die eerst rustig aan de kant van de weg lag, rustig naar haar toe lopen en snuffelt even. Van het ene op het andere moment gaat de hond in de aanval. Hij bijt keihard in haar zij en ze duikt op de grond en ligt even later helemaal in elkaar met haar armen voor haar gezicht terwijl het beest blijft bijten tot hij door omstanders van haar af wordt getrokken. Het bloed druipt van haar arm en ze wordt door de vrouw die ernaast woont schoongespoeld, terwijl haar man Arjan gaat zoeken.

De man brengt ons naar het ziekenhuis, gelijk in de rolstoel en langs alle rijen want een hondenbeet moet direct behandeld worden. Een paar diepe gaten en sneden op haar rug en een paar flinke gaten van tanden in haar arm worden schoongemaakt. De verpleger zegt nog “Its gonna hurt”, en dat doet het ook als recht in iedere wond rabies immunoglobuline wordt gespoten. Daarna nog een paar prikken, antibiotica en pijnstillers en we kunnen weer weg met het prikschema voor de komende weken, want Els mag nog 4 keer terug voor nog een prik. Dezelfde man die ons naar het ziekenhuis bracht, brengt ons nog 50 kilometer verder naar Kanchanaburi. In een lekker Airco hotel aan de River Kwai begint het te besef wat er gebeurd is. Ook gaat door ons hoofd wat er allemaal had kunnen gebeuren, als Els haar hoofd niet had kunnen beschermen, als er niemand was om de hond van haar af te halen, en vooral als de hond niet Els maar Simeon te pakken had gehad.

De twijfel is heel erg toegenomen of we nog wel moeten blijven fietsen. Zonder Simeon zouden we het waarschijnlijk wel doen, maar het idee wat voor ravage zo’n kutbeest kan aanrichten als ie ons kind te pakken zou krijgen. Als Els helemaal versleten in haar bed ligt, is Simeon niet uit het zwembad te krijgen.

Na een paar dagen rusten en herstellen gaan we weer wat doen. Met de trein rijden we over de beroemde brug over de river kwai, en verder over het traject dat nog in gebruik is van de dodenlijn. Nog een stuk verderop ligt de Hellfire pass, waar door de rots met pikhouweeltjes een doorgang is gemaakt. De Japanse bezetter wilde een treinverbinding tussen Bangkok en Ragoon om zo niet om singapore te hoeven varen. Voor de aanleg werden krijgsgevangenen gebruikt, maar ook lokale bevolking die een leuke, afwisselende en sportieve baan werd aangeboden. Bij de aanleg van de spoorlijn overleden gemiddeld 75 dwangarbeiders per dag, een totaal van 100.000 waaronder zo n 3.000 Nederlanders. Een mooie en indrukwekkende omgeving. We hebben ook nog een tijd om het op ons in te laten werken, want we missen net de bus en niemand kan ons vertellen of het de laatste bus is, of dat er nog een komt.

De omgeving van Kanchanaburi gaan we op de fiets verkennen, een oorlogsmuseum en begraafplaatsen. De stresslevels schieten bij Els nog omhoog als ze een hond ziet, en restaurants met honden worden vermeden. Een ander aspect van Thailand zijn de kroegen met wachtende vrouwen, en opvallend veel oudere mannen die alleen rondreizen. Helemaal afgetraind maakt Arjan helemaal geen kans in dit oord. Overal hoor ik, “Where are you going cute boy”, maar ze kijken allemaal naar Simeon op zijn nek, en geen blik naar Arjan.

We hebben definitief voorlopig de knoop doorgehakt en gaan deze maand met de rugzak verder. Maar dan moeten we wel eerst een rugzak hebben. In het land van de gadgets kan je op iedere hoek van de straat een iPhone, iPad, Galaxy Tab kopen, maar een degelijke rugzak is een groot probleem. Uitbeeldend met een tas op mijn rug kom in in een winkel met rugzakken waar je mooi een iPhone in kunt doen, maar we zijn van plan om meer mee te nemen. Ze verwijzen me naar de tweede verdieping, en daar weer naam de derde. Arjan wordt er wanhopig van, een rugzak is wel erg belangrijk maar wie maakt daar hier nou gebruik van. Na nog een rondje door het warenhuis wil ik via de trap naar beneden en eruit, en daar kom ik in een uitverkoop-hoekje met inderdaad de spullen die niemand wil hebben. Ik kan kiezen tussen een 100+20 liter rugzak met daarin al 20 liter kakkerlakken, maar ik ga voor de 60+10 liter met maar 3 beestjes die ik er in het hotel uitspray. De fietsen en de fietstassen kunnen we in het hotel achterlaten, en volgende maand zien we wel of we weer gaan fietsen. Er zijn meldingen van overstromingen in Thailand, en we zitten te dubben waar we naartoe moeten reizen. Overdag vertellen we nog overtuigd aan Simeon dat we weer naar een tropisch eiland gaan in het zuiden, en s avonds kopen we via internet een treinkaartje naar Chiang Mai, in het Noorden. Met de tickets op de iPad wordt nog wat onwennig mee omgegaan, Arjan smeekt de controleurs om er geen gaatje in te knippen, sommige snappen de grap en later komt er nog een duidelijk maken dat hij het ook snapt.

Vorige Volgende